anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 145
TITEL V. - HET HUWELIJK. — HOOFDSTUK I. - HOEDANIGHEDEN EN VOORWAARDEN VEREIST OM EEN HUWELIJK TE MOGEN AANGAAN.
<W 19-01-1990, art. 8> Om gewichtige redenen kan de familierechtbank de in het vorige artikel vervatte verbodsbepaling opheffen. (De vordering wordt bij verzoekschrift ingediend, ofwel door beide ouders, ofwel door een van hen, ofwel door de voogd, ofwel door de minderjarige indien de ouders of de voogd niet in het huwelijk toestemmen.) <W 2001-04-29/39, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
De procedure wordt ingeleid tegen een bepaalde dag. De rechtbank doet uitspraak binnen vijftien dagen, de ouders (of de voogd), de minderjarige en de aanstaande echtgenoot opgeroepen en de procureur des Konings gehoord. <W 2001-04-29/39, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
Hoger beroep kan (binnen acht dagen na de kennisgeving per gerechtsbrief van het vonnis) worden ingesteld en de familiekamer van het hof van beroep doet uitspraak binnen vijftien dagen. (Het vonnis wordt eveneens door de griffier aan het bevoegde openbaar ministerie medegedeeld) Tegen het vonnis of arrest is geen verzet mogelijk. <W 2006-05-09/35, art. 2, 032; Inwerkingtreding : 10-05-2007>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 15, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
Verwijst naar
- anc. C.civ. Art. 011
- anc. C.civ. Art. 032
- anc. C.civ. Art. 2
- anc. C.civ. Art. 4
- anc. C.civ. Art. 8