Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)

anc. C.civ. Art. 220

TITEL V. - HET HUWELIJK. — HOOFDSTUK VI. - WEDERZIJDSE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN ECHTGENOTEN.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<W 14-07-1976, art. 1> § 1. Ingeval een der echtgenoten vermoedelijk afwezig is, of ingeval de rechtbank oordeelt, op grond van feiten vastgesteld in een met redenen omkleed proces-verbaal, dat een der echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is, dan kan de andere echtgenoot zich door de familierechtbank laten machtigen om de in artikel 215, § 1, bedoelde handelingen alleen te verrichten.

§ 2. Indien de echtgenoot die in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is, geen lasthebber heeft aangesteld of geen wettelijke vertegenwoordiger heeft, kan de andere echtgenoot aan de familierechtbank vragen om in zijn plaats te worden gesteld voor de uitoefening van al zijn bevoegdheden of een gedeelte ervan.

§ 3. In de gevallen bepaald in § 1, kan de andere echtgenoot zich door de familierechtbank laten machtigen om de door derden verschuldigde geldsommen geheel of ten dele te ontvangen ten behoeve van de huishouding.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2013-03-17/14, art. 7, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
  • (2)<W 2014-05-12/02, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  • (3)<W 2013-07-30/23, art. 26, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014, zie W 2014-05-08/02, art. 40, 066;
  • Inwerkingtreding : 01-09-2014>