anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 375bis
TITEL IX. [1 - Ouderlijk gezag en pleegzorg.]1 — HOOFDSTUK I. [1 - Ouderlijk gezag.]1
<ingevoegd bij W 1995-04-13/37, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 03-06-1995> De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Alle broers en zussen hebben op elke leeftijd het recht persoonlijk contact met elkaar te onderhouden. Datzelfde recht kan aan ieder ander persoon worden toegekend, indien hij aantoont dat hij met het kind een bijzondere affectieve band heeft.
Bij gebreke van een overeenkomst tussen de partijen, wordt over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de familierechtbank. De familierechtbank weigert de uitoefening van het recht op persoonlijk contact enkel als de uitoefening van het recht ingaat tegen het belang van het kind.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 60, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (2)<W 2018-06-15/03, art. 3, 081; Inwerkingtreding : 12-07-2018>
- (3)<W 2021-05-20/20, art. 3, 092; Inwerkingtreding : 19-06-2021>
Verwijst naar
- anc. C.civ. Art. 003
- anc. C.civ. Art. 10