anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 478
TITEL X. - MINDERJARIGHEID, VOOGDIJ EN ONTVOOGDING. — HOOFDSTUK III. - ONTVOOGDING.
<W 2001-04-29/39, art. 18, 013; Inwerkingtreding : 01-08-2001> De minderjarige die geen ouders heeft en die vijftien jaar oud is, kan worden ontvoogd indien de voogd en de toeziende voogd hem daartoe geschikt oordelen.
De voogd en de toeziende voogd dienen daartoe een verzoek in bij de familierechtbank, die optreedt overeenkomstig artikel 477. Wanneer zij het niet eens zijn, wordt het verzoek door een van hen ingediend. In dat geval moet de familierechtbank degene die geen verzoek heeft ingediend, horen of oproepen.
Op verzoek van het openbaar ministerie wordt een eensluidend verklaard afschrift van het overeenkomstig dit artikel uitgesproken vonnis overgezonden aan de vrederechter van de plaats waar de voogdij is opengevallen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 71, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
Verwijst naar
- anc. C.civ. Art. 013
- anc. C.civ. Art. 18
- anc. C.civ. Art. 477