anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1101–1581)
anc. C.civ. Art. 1479
BOEK III. - OP WELKE WIJZE EIGENDOM VERKREGEN WORDT. — TITEL Vbis. - (ingevoegd bij <W 1998-11-23/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2000>) Wettelijke
Indien de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden ernstig verstoord is, beveelt de familierechtbank, op verzoek van één van de partijen, de dringende maatregelen die analoog zijn met die waarin de artikelen 1253ter/5 en 1253ter/6 van het Gerechtelijk Wetboek voorzien.
De rechtbank bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die zij oplegt. Hoe dan ook vervallen die maatregelen op de dag dat de wettelijke samenwoning, zoals bedoeld in artikel 1476, § 2, zesde lid, wordt beëindigd, behalve wanneer deze maatregelen de gemeenschappelijke kinderen van de wettelijk samenwonenden betreffen.
Na de beëindiging van het wettelijk samenwonen en voor zover de vordering binnen drie maanden na die beëindiging is ingesteld, gelast de rechtbank de dringende en voorlopige maatregelen die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn. Zij bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die zij oplegt. ...
De rechtbank beschikt overeenkomstig de artikelen 1253ter tot 1253octies van het Gerechtelijk Wetboek.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 99, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (2)<W 2020-07-31/03, art. 38, 044; Inwerkingtreding : 17-08-2020>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 1253octies
- C.jud. Art. 1253ter
- anc. C.civ. Art. 1253ter
- anc. C.civ. Art. 1476