C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 146
TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> — HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°>
<W 27-02-1956, art. 1> Een termijn van ten minste tien dagen, die in voorkomend geval verlengd wordt wegens de afstand, moet tussen de dagvaarding en de verschijning gelaten worden, op straffe van nietigheid van de veroordeling die bij verstek tegen de gedaagde mocht worden uitgesproken.
Deze nietigheid kan echter niet worden ingeroepen dan op de eerste terechtzitting en vóór alle exceptie of verweer.
Wanneer de verdachte of een van de verdachten zich in voorlopige hechtenis bevindt, kunnen de termijnen worden verkort en de partijen gedagvaard om te verschijnen binnen een termijn die niet korter mag zijn dan drie dagen.
In dringende gevallen kunnen de termijnen worden verkort en de partijen gedagvaard om nog op de dag zelf en op een bepaald uur te verschijnen, krachtens een door de (rechter in de politierechtbank) verleende cedel. <W 10-10-1967, art. 91, § 3>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-30/14, art. 5, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2010>