C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 248
TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 — Hoofdstuk III. - [1 De inbeschuldigingstelling]1
In dat geval zendt de officier van gerechtelijke politie of de onderzoeksrechter onverwijld afschrift van de stukken en bezwaren aan de procureur-generaal bij het hof van beroep; op vordering van de procureurgeneraal wijst de voorzitter van de kamer van inbeschuldigingstelling de rechter aan, voor wie op vervolging van de ambtenaar van het openbaar ministerie een nieuw onderzoek zal plaatsvinden overeenkomstig hetgeen voorgeschreven is.
Evenwel kan de onderzoeksrechter, indien er reden toe is, op grond van de nieuwe bezwaren en vóór hun verzending aan de procureur-generaal een bevel tot aanhouding uitvaardigen tegen de verdachte die reeds in vrijheid mocht zijn gesteld overeenkomstig artikel 26, § 1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-21/14, art. 41, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>