C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 328
AFDELING I. — Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1
De leden van het college mogen de beraadslagingskamer eerst verlaten wanneer zij hun verklaring hebben opgemaakt.
Niemand heeft tijdens de beraadslaging, om welke reden ook, toegang tot de beraadslagingskamer, zonder schriftelijk verlof van de voorzitter. .... Van het incident wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.
De voorzitter geeft het bepaalde bevel schriftelijk aan de bevelhebber van de betrokken politiedienst om de uitgangen van de beraadslagingskamer te doen bewaken.
De voorzitter neemt de maatregelen die nodig zijn opdat de plaatsvervangende gezworenen gedurende de beraadslaging van de het college niet in contact komen met andere personen.
Het hof kan de gezworene die het bevel overtreedt, straffen met een straf van niveau 1. Ieder ander die het bevel overtreedt, of hij die het niet doet uitvoeren, kan worden gestraft met dezelfde straf.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-21/14, art. 139, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
- (2)<W 2016-02-05/11, art. 103, 027; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
- (3)<W 2026-03-11/03, art. 164, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2026>