C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 343
AFDELING I. — Onderafdeling 8. [1 De straftoemeting]1
Indien dit feit strafbaar is, zelfs wanneer het niet meer behoort tot de bevoegdheid van het hof van assisen, doet de voorzitter de beschuldigde verwijderen uit de zittingszaal en het hof begeeft zich met de gezworenen naar de beraadslagingskamer. Het aldus samengestelde college, door de voorzitter van het hof voorgezeten, beraadslaagt over de straf die overeenkomstig de strafwet moet worden uitgesproken en over haar motivering.
De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen.
De voorzitter doet hoofdelijke omvraag; eerst brengen de gezworenen hun mening uit, te beginnen met de jongste, vervolgens de magistraten-assessoren, te beginnen met de jongstbenoemde, en ten slotte de voorzitter.
Indien verschillende meningen zijn uitgedrukt, wordt opnieuw gestemd.
Blijven na deze tweede stemming meer dan twee meningen bestaan zonder dat een ervan de volstrekte meerderheid heeft behaald, dan zijn het hof of de gezworenen, die zich het minst gunstig ten aanzien van de beschuldigde hebben uitgesproken, verplicht zich met een van de andere meningen te verenigen.
Blijven nadien nog meer dan twee meningen bestaan zonder dat een ervan de volstrekte meerderheid heeft behaald, dan wordt de bepaling van het vijfde lid opnieuw toegepast, totdat een van de meningen de volstrekte meerderheid heeft behaald.
Op voorstel van de voorzitter wordt bij volstrekte meerderheid vervolgens beslist over de formulering van de redenen die geleid hebben tot de bepaling van de opgelegde straf.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-21/14, art. 161, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>