C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 44octies
Boek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. — AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN
§ 1. Wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een misdrijf uitmaken of zouden uitmaken als bedoeld in artikel 5, § 1, derde lid, van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken, kan de procureur des Konings indien dit noodzakelijk is om de waarheid aan het licht te brengen en indien de overige middelen van onderzoek niet lijken te volstaan om de waarheid aan het licht te brengen, bij een met redenen omklede beslissing een familiale zoeking bevelen, als het DNA-profiel van een aangetroffen spoor zoals bedoeld in artikel 44quater niet-geïdentificeerd blijft na de vergelijkingen van DNA-profielen bedoeld in artikel 44quinquies, § 1, tweede lid, 3°, en in de artikelen 5quater, § 1, en 8 van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken.
In zijn schriftelijke beslissing preciseert de procureur des Konings de bijzondere en specifieke omstandigheden van het onderzoek die het noodzakelijk maken een familiale zoeking te verrichten om de identificatie van de bron van het aangetroffen spoor mogelijk te maken.
De familiale zoeking wordt op vordering van de procureur des Konings enkel uitgevoerd door de beheerder van de nationale DNA-gegevensbanken wanneer het niet-geïdentificeerde DNA-profiel van voldoende kwaliteit is om in aanmerking te komen voor een familiale zoeking.
De beheerder van de nationale DNA-gegevensbanken maakt na de uitvoering van de familiale zoeking de lijst met gedeeltelijke positieve verbanden over aan de procureur des Konings, gerangschikt in volgorde van statistische waarschijnlijkheid dat de persoon op de lijst met gedeeltelijke positieve verbanden en de bron van het aangetroffen spoor effectief verwant zijn. Op basis van deze lijst kan de procureur des Konings verdere onderzoekshandelingen vorderen als bedoeld in dit artikel. De procureur des Konings bewaart de lijst met gedeeltelijke positieve verbanden tot in het dossier een rechterlijke beslissing is gewezen die in kracht van gewijsde is getreden.
§ 2. De procureur des Konings kan in het belang van het onderzoek bevelen dat van een of meerdere personen van de lijst met gedeeltelijke positieve verbanden bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, het Y-STR-profiel of het mtDNA-profiel wordt opgesteld.
Celmaterialen, referentiestalen of daaruit afgeleide stalen die DNA bevatten, en die ingevolge dit Wetboek of ingevolge de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken zijn aangetroffen of afgenomen ten behoeve van het opstellen van een DNA-profiel, mogen worden gebruikt voor het opstellen van het Y-STR-profiel of het mtDNA-profiel. Indien geen celmaterialen, referentiestalen of daaruit afgeleide stalen die DNA bevatten beschikbaar zijn, kan van de betrokken personen een nieuw referentiestaal worden afgenomen overeenkomstig artikel 44quinquies, §§ 2 en 3.
De persoon van wie een nieuw referentiestaal dient te worden afgenomen overeenkomstig het tweede lid, kan slechts op geldige wijze zijn schriftelijke toestemming geven als de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, hem vooraf in kennis heeft gesteld van het doel van de afname, met name de vaststelling van het Y-STR- of mtDNA-profiel met het oog op de vergelijking ervan met de niet-geïdentificeerde DNA-profielen van de sporen die in het kader van de betrokken zaak zijn aangetroffen en, in geval van een positief verband, de registratie van het profiel ervan in de DNA-gegevensbank. Van die informatie wordt melding gemaakt in de schriftelijke toestemming van de betrokkene.
§ 3. De procureur des Konings wijst een deskundige verbonden aan een laboratorium aan om:
1° het Y-STR-profiel of het mtDNA-profiel van de door de procureur des Konings aangeduide personen op te stellen;
2° het Y-STR-profiel of het mtDNA-profiel over te zenden aan de beheerder van de nationale DNAgegevensbanken met het oog op de vergelijking van het Y-STR-profiel of het mtDNA-profiel met de nietgeïdentificeerde DNA-profielen van de in het kader van die zaak aangetroffen sporen uit te voeren. Hij zendt eveneens de erop betrekking hebbende gegevens opgesomd in artikel 44quater, § 3, tweede lid, over.
Wanneer de beheerder van de nationale DNA-gegevensbanken bij de in het eerste lid, 2°, bedoelde vergelijking een positief verband vaststelt, past hij artikel 5quater, §§ 1, 3 en 4, van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken toe.
§ 4. De overzending van de uitslag aan de procureur des Konings, de kennisgeving van de uitslag aan de betrokkene, en het tegenonderzoek worden verricht overeenkomstig artikel 44quinquies, §§ 5 en 6, met dien verstande dat het tegenonderzoek wordt verricht aan de hand van de referentiestalen of daaruit afgeleide stalen van de betrokkene die DNA bevatten, en die ingevolge dit Wetboek of ingevolge de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken zijn afgenomen ten behoeve van het opstellen van een DNA-profiel.
§ 5. Indien op basis van paragraaf 2, derde lid, een nieuw referentiestaal werd afgenomen, vernietigt de deskundige bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, dit referentiestaal en de daaruit afgeleide stalen die DNA bevatten uiterlijk zes maanden na de overzending van zijn verslag.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij W 2024-03-07/01, art. 7, 120; Inwerkingtreding : 01-03-2024>
Verwijst naar
- C.i.cr. Art. 44quater
- C.i.cr. Art. 44quinquies
- C.i.cr. Art. 5
- C.i.cr. Art. 5quater