Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)

C.i.cr. Art. 46bis

Boek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. — AFDELING II. - WIJZE WAAROP DE PROCUREURS DES KONINGS HANDELEN IN DE UITOEFENING VAN HUN

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<W 2007-01-23/35, art. 2, 050; Inwerkingtreding : 24-03-2007> § 1. Bij het opsporen van de misdrijven kan de procureur des Konings bij een met redenen omklede en schriftelijke beslissing overgaan of doen overgaan op basis van ieder gegeven in zijn bezit of door middel van een toegang tot de klantenbestanden van de actoren bedoeld in het tweede lid, eerste en tweede streepje, tot:

1° de identificatie van de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een dienst bedoeld in het tweede lid, tweede streepje, of van het gebruikte elektronische communicatiemiddel;

2° de identificatie van de diensten bedoeld in het tweede lid, tweede streepje, waarop een bepaald persoon geabonneerd is of die door een bepaald persoon gewoonlijk gebruikt worden.

Hiertoe kan hij zo nodig, rechtstreeks of via de door de Koning aangewezen politiedienst, de medewerking vorderen van:

- de operator van een elektronisch communicatienetwerk, en

- iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.

Met het oog op de identificatie van de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een dienst bedoeld in het tweede lid, tweede streepje, kan hij ook, rechtstreeks of via de door de Koning aangewezen politiedienst, de medewerking vorderen van:

- de personen of instellingen bedoeld in artikel 46quater, § 1, op basis van de referentie van een elektronische banktransactie die voorafgaandelijk meegedeeld is door een van de actoren bedoeld in het tweede lid, eerste en tweede streepje, met toepassing van het eerste lid;

- de gesloten centra of woonunits in de zin van de artikelen 74/8 en 74/9 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op basis van de contactgegevens van het centrum of de woonunit waar de intekening door de abonnee op een mobiele elektronische communicatiedienst heeft plaatsgevonden, die voorafgaandelijk meegedeeld zijn door een van de actoren bedoeld in het tweede lid, eerste en tweede streepje, met toepassing van het eerste lid;

- andere rechtspersonen die de abonnee zijn van een van de actoren bedoeld in het tweede lid, eerste of tweede streepje, of die zich in naam en voor rekening van natuurlijke personen abonneren op een elektronische communicatiedienst, op basis van gegevens die voorafgaandelijk meegedeeld zijn door een van de actoren bedoeld in het tweede lid, eerste en tweede streepje, met toepassing van het eerste lid.

De motivering weerspiegelt de proportionaliteit met inachtneming van de persoonlijke levenssfeer en de subsidiariteit ten opzichte van elke andere onderzoeksdaad.

In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de procureur des Konings de maatregel mondeling bevelen. De beslissing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.

Voor misdrijven die niet worden bestraft met een straf van niveau 2 of een zwaardere straf, kan de procureur des Konings de in het eerste lid bedoelde gegevens slechts vorderen voor een periode van zes maanden voorafgaand aan zijn beslissing.

§ 2. De actoren bedoeld in § 1, tweede lid, eerste en tweede streepje, van wie gevorderd wordt de in paragraaf 1 bedoelde gegevens mee te delen, zijn verplicht hun medewerking te verlenen en verstrekken de procureur des Konings of de officier van gerechtelijke politie de gegevens in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering, volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning, op het voorstel van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor Telecommunicatie.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en op voorstel van de Minister van Justitie en van de minister die bevoegd is voor Telecommunicatie, de technische voorwaarden voor de toegang tot de in § 1 bedoelde gegevens, die beschikbaar zijn voor de procureur des Konings en voor de in dezelfde paragraaf aangewezen politiedienst.

...

...

§ 3. De actoren bedoeld in paragraaf 1, derde lid, eerste tot derde streepje, van wie de identificatie van de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een dienst bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, tweede streepje, gevorderd wordt, verstrekken de procureur des Konings of de officier van gerechtelijke politie de gegevens in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering.

§ 4. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 352 van het Strafwetboek.

Iedere persoon die de gegevens weigert mee te delen of niet meedeelt in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering, wordt gestraft overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2016-05-29/03, art. 8, 085; Inwerkingtreding : 28-07-2016>
  • (2)<W 2016-12-25/37, art. 5, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017>
  • (3)<W 2022-07-20/14, art. 26, 113; Inwerkingtreding : 18-08-2022>
  • (4)<W 2022-12-06/02, art. 8, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>
  • (5)<W 2026-03-11/03, art. 54, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
  • Art. 46BIS/1. [1 § 1. Bij het opsporen van terroristische misdrijven als bedoeld [3 in boek II, titel 4, hoofdstuk
  • 1,]3 van het Strafwetboek, kan de procureur des Konings bij een met redenen omklede en schriftelijke beslissing,
  • de noodzakelijke administratieve inlichtingen vorderen bij alle instellingen van sociale zekerheid als bedoeld in
  • artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een
  • Kruispuntbank van de sociale zekerheid en artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 11 april 1995 tot invoering van
  • het "handvest" van de sociaal verzekerde.
  • In zijn beslissing beschrijft de procureur des Konings nauwkeurig de inlichtingen die hij vordert en bepaalt hij de
  • vorm waarin deze hem worden medegedeeld.
  • § 2. Met toepassing van de uitzondering bedoeld in [3 artikel 352]3 van het Strafwetboek en in afwijking van
  • andersluidende bepalingen, delen de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde instellingen van sociale zekerheid de
  • aldaar bedoelde inlichtingen onverwijld mee.[3 Zij zijn verplicht hun medewerking te verlenen.]3
  • Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking
  • verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel
  • 458 van het Strafwetboek.
  • Iedere persoon die weigert de inlichtingen mee te delen, wordt gestraft [2 [3 overeenkomstig de artikelen 655
  • en 656 van het Strafwetboek]3]2.
  • § 3. Met toepassing van de uitzondering bedoeld in artikel 458 van het Strafwetboek en in afwijking van
  • andersluidende bepalingen, doen de personeelsleden van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde instellingen van
  • sociale zekerheid die uit hoofde van hun beroep kennis krijgen van één of meerdere informaties die ernstige
  • aanwijzingen kunnen uitmaken van een terroristisch misdrijf bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek,
  • aangifte overeenkomstig artikel 29.
  • Uitgesloten van de in het eerste lid bedoelde informaties zijn de medische gegevens van persoonlijke aard,
  • bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal
  • verzekerde. ]1
  • (NOTA : bij arrest nr.44/2019 van 14-03-2019 (B.St. 04-04-2019, p. 33193), heeft het Grondwettelijk Hof het
  • artikel 43bis/1 § 3 vernietigd)
  • (1)<Ingevoegd bij W 2017-05-17/29, art. 2, 091; Inwerkingtreding : 01-09-2017>
  • (2)<W 2022-12-06/02, art. 9, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>
  • (3)<W 2026-03-11/03, art. 55, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>