C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 512
TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. — HOOFDSTUK V. - WIJZE WAAROP GETUIGENISSEN VAN DE PRINSEN EN VAN SOMMIGE STAATSAMBTENAREN
De aldus afgenomen getuigenissen worden dadelijk op de griffie neergelegd of gesloten en verzegeld toegezonden aan de griffie van het hof of van de rechter die ze heeft gevorderd, en onverwijld meegedeeld aan de ambtenaar belast met het openbaar ministerie.
Bij het onderzoek voor de jury worden zij aan de gezworenen in het openbaar voorgelezen en aan de debatten onderworpen, op straffe van nietigheid.