C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 556
BOEK II. - HET GERECHT. — TITEL VIbis. [1 Het gebruik van videoconferentie]1
§ 1. Voor de toepassing van deze titel wordt begrepen onder:
1° videoconferentie: elke rechtstreekse audiovisuele verbinding, in reële tijd, met als doel het verzekeren van een multidirectionele en gelijktijdige communicatie van beeld en geluid en een visuele, auditieve en verbale interactie tussen meerdere geografisch van elkaar verwijderde personen of groepen van personen;
2° videoconferentiesysteem: het informaticasysteem, opgericht bij de door de Koning aangewezen dienst, dat toelaat:
a) een videoconferentie te houden overeenkomstig de voorwaarden en vereisten van deze titel;
b) een openbare terechtzitting op te nemen overeenkomstig artikel 566 en, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 558, § 4;
c) het regelen van de vaststelling van zittingen te vergemakkelijken.
§ 2. De bepalingen van deze titel doen geen afbreuk aan de algemene regel dat de zittingen van de rechtbanken fysiek doorgaan in een gerechtsgebouw. In afwijking van deze regel kunnen zittingen enkel worden georganiseerd via videoconferentie overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2024-04-25/20, art. 17, 012; Inwerkingtreding : 01-09-2024>