C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 625
HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) — AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.
<W 07-04-1964, art. 8> De proeftijd, (die voortduurt tot de dag waarop het arrest van eerherstel wordt gewezen), loopt <W 1991-01-09/33, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 15-02-1991> :
1° Van de dag van de definitieve voorwaardelijke veroordeling;
2° Van de dagtekening van het koninklijk genadebesluit waarbij de straf voorwaardelijk wordt gemaakt;
3° Van de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling, mits de definitieve invrijheidstelling verkregen is ten tijde van het indienen van de aanvraag;
3°bis van de dag van de invrijheidstelling onder toezicht, mits de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank een einde heeft genomen ten tijde van het indienen van de aanvraag;
4° In de overige gevallen bedoeld bij artikel 622, van de dag van het verval van de straffen of van de dag waarop zij verjaren, voor zover de niet-uitvoering niet te wijten is aan de verzoeker.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2007-04-26/89, art. 8, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
- (2)<W 2024-05-15/03, art. 47, 041; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
- (3)<W 2026-03-11/03, art. 229, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Verwijst naar
- C.i.cr. Art. 002
- C.i.cr. Art. 5
- C.i.cr. Art. 622
- C.i.cr. Art. 8