C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 629
HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) — AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.
§ 1. Wanneer de verzoeker een natuurlijke persoon is, laat de procureur des Konings zich afgeven :
1° een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;
2° een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken die de verzoeker betreffen;
3° een uittreksel uit het moraliteitsregister van de verzoeker gehouden tijdens de uitvoering van de vrijheidsstraffen of de maatregelen van vrijheidsbeneming die hij heeft ondergaan;
4° de verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar hij gedurende de proeftijd heeft verbleven, betreffende het tijdstip en de duur van zijn verblijf in elke gemeente, zijn beroepsarbeid, zijn middelen van bestaan en zijn gedrag gedurende die tijd.
De in het eerste lid, 2°, bedoelde uittreksels vermelden, benevens de juiste aard van de feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten.
§ 2. Wanneer de verzoeker een rechtspersoon is, laat de procureur des Konings zich afgeven :
1° een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;
2° een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken de verzoeker betreffende.
Die uittreksels vermelden, benevens de juiste aard van de feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten.
3° de verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar de rechtspersoon zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel gevestigd was tijdens de proeftijd, betreffende de elementen die door de procureur des Konings worden bepaald om de aanvraag tot herstel in eer en rechten te beoordelen.
Wanneer de verzoeker een rechtspersoon is met maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in het buitenland, bepaalt de procureur des Konings welke verklaringen moeten worden overgelegd ter vervanging van de hierboven bedoelde, of verschaft zich de nodige bescheiden.
§ 3. De procureur des Konings wint ambtshalve of op verzoek van de procureur-generaal alle nodig geachte inlichtingen in. Hij zendt het dossier met de stukken en zijn advies aan de procureur-generaal.
Wanneer de verzoeker een natuurlijke persoon is en een straf heeft ondergaan voor feiten bedoeld in de artikelen 134 tot 149 en 151 van het Strafwetboek of voor feiten bedoeld in de artikelen 152 tot 168, 170 tot 174, 177 tot 179, 183 tot 185 en 192 van hetzelfde Wetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, bevat het dossier het advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2016-12-25/14, art. 28, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
- (2)<W 2022-03-21/01, art. 113, 036; Inwerkingtreding : 01-06-2022>
- (3)<W 2024-05-15/03, art. 50, 041; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
- (4)<W 2026-03-11/03, art. 232, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Verwijst naar
- C.i.cr. Art. 152
- C.i.cr. Art. 168
- C.i.cr. Art. 170
- C.i.cr. Art. 174
- C.i.cr. Art. 177
- C.i.cr. Art. 179
- C.i.cr. Art. 183
- C.i.cr. Art. 185
- C.i.cr. Art. 192
- C.pén. Art. 134
- C.pén. Art. 135
- C.pén. Art. 136
- C.pén. Art. 137
- C.pén. Art. 138
- C.pén. Art. 139
- C.pén. Art. 140
- C.pén. Art. 141
- C.pén. Art. 142
- C.pén. Art. 143
- C.pén. Art. 144
- C.pén. Art. 145
- C.pén. Art. 146
- C.pén. Art. 147
- C.pén. Art. 148
- C.pén. Art. 149