C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 62bis
AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. — ONDERAFDELING II. - HET ONDERZOEK.
<W 27-03-1969, art. 2> De onderzoeksrechter van de plaats van het misdrijf, die van de plaats waar de verdachte blijft (,die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon, die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon) , die van de plaats waar de verdachte kan worden gevonden, die van de laatst gekende verblijfplaats van het slachtoffer als de verdachte in België niet kan worden gevonden of, bij gebreke daaraan, die van Brussel, zijn gelijkelijk bevoegd. <W 1999-05-04/60, art. 14, 024; Inwerkingtreding : 02-07-1999>
(De onderzoeksrechter die binnen die bevoegdheid kennis krijgt van een misdrijf, kan buiten zijn arrondissement alle handelingen verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren op het gebied van gerechtelijke politie, opsporing of gerechtelijk onderzoek. Hij stelt de procureur des Konings van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden, hiervan in kennis.) <W 1998-03-12/39, art. 16, 016; Inwerkingtreding : 1998- 10-02>
(Wanneer hij in vredestijd kennis krijgt van een feit gepleegd in het buitenland dat in België vervolgd kan worden op grond van artikel 10 van de voorafgaande titel van dit Wetboek, oefent de onderzoeksrechter al zijn bevoegdheden uit op dezelfde manier als wanneer de feiten op het grondgebied van het Rijk zouden zijn gepleegd. In dit geval, en wanneer de verdachte geen verblijfplaats heeft in België, zijn de onderzoeksrechters van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd.) <W 2003-04-10/59, art. 84, 037; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(De onderzoeksrechters gespecialiseerd om kennis te nemen van de misdrijven bedoeld in de artikelen 371 tot 386 van het Strafwetboek, zijn bevoegd om kennis te nemen van de feiten die bij hen aanhangig zijn gemaakt door de deken van deze onderzoeksrechters, wanneer de federale procureur overeenkomstig artikel 47duodecies, § 3, een dossier heeft overgezonden, ongeacht de plaats van het misdrijf, de plaats waar de verdachte verblijft of van de plaats waar deze kan worden gevonden.
Ze oefenen in dit geval hun bevoegdheden uit over het hele grondgebied van het Rijk.
In geval van wettelijke verhindering kunnen ze worden vervangen door de onderzoeksrechters van de rechtbank van eerste aanleg waartoe ze behoren.) <W 2005-12-27/34, art. 17, 046; Inwerkingtreding : 29-06- 2006>
De gespecialiseerde onderzoeksrechters bedoeld in artikel 79, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn bevoegd om kennis te nemen van de feiten die bij hen aanhangig zijn gemaakt overeenkomstig artikel 47quaterdecies, tweede lid, door de Europese aanklager of de gedelegeerde Europese aanklagers die worden aangewezen overeenkomstig artikel 309/2 van het Gerechtelijk Wetboek. In geval van wettelijke verhindering kunnen ze worden vervangen door de onderzoeksrechters van de rechtbank van eerste aanleg waartoe ze behoren.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2021-02-17/04, art. 9, 109; Inwerkingtreding : 24-02-2021>
- (2)<W 2024-04-09/07, art. 42, 122; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
- (3)<W 2026-03-11/03, art. 79, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Verwijst naar
- C.i.cr. Art. 016
- C.i.cr. Art. 024
- C.i.cr. Art. 037
- C.i.cr. Art. 046
- C.i.cr. Art. 10
- C.i.cr. Art. 14
- C.i.cr. Art. 16
- C.i.cr. Art. 17
- C.i.cr. Art. 2
- C.i.cr. Art. 47
- C.i.cr. Art. 47quater
- C.i.cr. Art. 84
- C.jud. Art. 309/2
- C.jud. Art. 79
- C.pén. Art. 371
- C.pén. Art. 372
- C.pén. Art. 373
- C.pén. Art. 374
- C.pén. Art. 375
- C.pén. Art. 376
- C.pén. Art. 377
- C.pén. Art. 378
- C.pén. Art. 379
- C.pén. Art. 380
- C.pén. Art. 381
- C.pén. Art. 382
- C.pén. Art. 383
- C.pén. Art. 384
- C.pén. Art. 385
- C.pén. Art. 386