anc. C.pén. Art. 141
BOEK 2. - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. — TITEL Iter. - TERRORISTISCHE MISDRIJVEN. <Ingevoegd bij W 2003-12-19/34, art. 2; Inwerkingtreding : 08-01-
Wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro, iedere persoon die, op enigerlei wijze, direct of indirect, materiële middelen verstrekt of inzamelt, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt,
1° om een misdrijf als bedoeld in de artikelen 137 en 140 tot 140septies te plegen of eraan bij te dragen;
of
2° door een andere persoon wanneer de persoon die de materiële middelen verstrekt of inzamelt weet dat die andere persoon een misdrijf als bedoeld in artikel 137 pleegt of zal plegen.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het verstrekken of het inzamelen van de materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 137.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2016-12-14/09, art. 4, 120; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
- (2)<W 2019-05-05/10, art. 81, 137; Inwerkingtreding : 03-06-2019>