anc. C.pén. Art. 243
TITEL IV. - (MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE, GEPLEEGD DOOR PERSONEN DIE — HOOFDSTUK III. - (VERDUISTERING, KNEVELARIJ EN BELANGENNEMING GEPLEEGD DOOR PERSONEN DIE EEN
<W 1999-02-10/39, art. 3, 023; Inwerkingtreding : 02-04-1999> Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die zich schuldig maakt aan knevelarij, door bevel te geven om rechten, taksen, belastingen, gelden, inkomsten of interesten, lonen of wedden te innen, of door die te vorderen of te ontvangen, wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van 100 [euro] tot 50 000 [euro] of met één van die straffen, en hij kan bovendien, overeenkomstig artikel 33, worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De straf is opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 [euro] tot 100 000 [euro], indien de knevelarij met behulp van geweld of van bedreiging is gepleegd. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Verwijst naar
- anc. C.pén. Art. 023
- anc. C.pén. Art. 2
- anc. C.pén. Art. 3
- anc. C.pén. Art. 33