CODE ELECTORAL · 12 APRIL 1894. - Kieswetboek
CODE ELECTORAL Art. 117
TITEL IV. - KIESVERRICHTINGEN. — HOOFDSTUK II. - KANDIDAATSTELLING EN STEMBILJETTEN.
(Bij de voordracht van kandidaten voor de mandaten van vertegenwoordiger ..., moeten er gelijktijdig hiermee en in dezelfde vormen, kandidaat-opvolgers voorgedragen worden.
Hun voordracht moet, op straffe van nietigheid, in de akte zelf van de voordracht van de kandidaat-titularissen gebeuren en de akte moet de kandidaten van de twee categorieën, die samen voorgedragen worden, afzonderlijk rangschikken, waarbij hij deze categorieën specificeert.
Het maximum aantal kandidaat-opvolgers wordt vastgesteld op de helft van het aantal kandidaat-titularissen, vermeerderd met één. Indien het resultaat van het in twee delen van het aantal van die kandidaten decimalen bevat, worden die afgerond naar de hogere eenheid. Er moeten evenwel minstens zes kandidaat-opvolgers zijn.
De voordrachtsakte van de kandidaat-titularissen en de kandidaat-opvolgers wijst de volgorde aan waarin deze kandidaten worden voorgedragen in elk van de twee categorieën.) <W 2002-12-13/41, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 20-01-2003>
(Een kiezer mag niet meer dan één voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen. Een aftredend parlementslid mag in (dezelfde kieskring) niet meer dan één voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen. .... De kiezer die of het aftredend parlementslid dat het voormeld verbod overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van dit Wetboek.) <W 30-07-1991, art. 29> <KB 05-04-1994, art. 7>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-01-06/62, art. 35, 023; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
Verwijst naar
- CODE ELECTORAL Art. 003
- CODE ELECTORAL Art. 202
- CODE ELECTORAL Art. 29
- CODE ELECTORAL Art. 4
- CODE ELECTORAL Art. 7