CODE ELECTORAL · 12 APRIL 1894. - Kieswetboek
CODE ELECTORAL Art. 122
TITEL IV. - KIESVERRICHTINGEN. — HOOFDSTUK II. - KANDIDAATSTELLING EN STEMBILJETTEN.
<W 17-05-1949, art. 2> Indien het (hoofdbureau van de kieskring ...) bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst bepaalde kandidaten wegens onverkiesbaarheid afgewezen heeft of indien een bezwaarschrift, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, overeenkomstig artikel 121 is ingediend, verzoekt de voorzitter van dat bureau het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat, op digitale wijze of bij een door de secretaris van het kieskringhoofdbureau gedragen schriftelijke verordening, hem terstond per aangetekende expresbrief toe te zenden een voor eensluidend verklaard afschrift van of uittreksel uit alle stukken die dat bestuur in zijn bezit heeft en die omtrent de verkiesbaarheid van de kandidaat nadere aanwijzingen kunnen verschaffen. <W 1993-07-16/31, art. 95>
Tweede lid opgeheven.
De voorzitter kan, indien hij het dienstig acht, andere onderzoekingen instellen zowel over de verkiesbaarheid van de betrokken kandidaten als over de andere aangevoerde onregelmatigheden.
Alle stukken die ter uitvoering van dit artikel worden aangevraagd, worden kosteloos afgegeven.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-02-10/02, art. 8, 019; Inwerkingtreding : 24-02-2014>
- (2)<W 2014-01-06/62, art. 45, 023; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
- (3)<W 2018-04-19/25, art. 24, 029; Inwerkingtreding : 03-06-2018>