CODE ELECTORAL · 12 APRIL 1894. - Kieswetboek
CODE ELECTORAL Art. 125
TITEL IV. - KIESVERRICHTINGEN. — HOOFDSTUK II. - KANDIDAATSTELLING EN STEMBILJETTEN.
<W 17-05-1949, art. 2> Wanneer het (hoofdbureau van de kieskring ...) een kandidatuur verwerpt wegens onverkiesbaarheid van de kandidaat, wordt hiervan in het proces-verbaal melding gemaakt en, indien de afgewezen kandidaat aanwezig of vertegenwoordigd is, verzoekt de voorzitter de kandidaat of zijn gemachtigde desverlangd op het proces-verbaal een verklaring van beroep te ondertekenen. <W 1993-07- 16/31, art. 95>
Wanneer een bezwaar, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, afgewezen wordt, dient dezelfde procedure te worden toegepast en de indiener van het bezwaar of zijn gemachtigde wordt verzocht een verklaring van beroep te ondertekenen, indien hij het verlangt.
(Voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt de zaak in geval van beroep zonder dagvaarding of oproeping voor de eerste Kamer van het Hof van beroep van het rechtsgebied gebracht op de éénenveertigste dag vóór de stemming, om 10 uur `s morgens, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de twintigste dag vóór de stemming, om 10 uur 's morgens, in de in artikel 106 bedoelde gevallen, zelfs indien die dag een feestdag is. ....) <W 1993-07-16/31, art. 63> <W 2007-02-13/37, art. 16, 012; Inwerkingtreding : 17-03-2007>
(Beslissingen van het (hoofdbureau van de kieskring ...) welke geen betrekking hebben op de verkiesbaarheid van de kandidaten, zijn niet vatbaar voor beroep), (met uitzondering van de beslissingen genomen op grond van artikel 119ter.) <W 17-03-1958, art. 1, § 6> <W 04-07-1989, art. 9> <W 1993-07- 16/31, art. 95>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-01-06/62, art. 48, 023; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
- (2)<W 2018-04-19/25, art. 27, 029; Inwerkingtreding : 03-06-2018>