C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1–57)
C.jud. Art. 53bis
HOOFDSTUK VIII. _ Termijnen.
<Ingevoegd bij W 2005-12-13/35, art. 2; Inwerkingtreding : 31-12-2005> § 1. Ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend :
1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats;
2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;
3° wanneer de kennisgeving is gebeurd tegen gedagtekend ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die erop volgt.
§ 2. Ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een elektronische kennisgeving aan het gerechtelijk elektronisch adres die plaats vond in de zin van artikel 32bis, vijfde lid, berekend vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de geadresseerde het bericht tot kennisgeving of de kennisgeving, naargelang het geval, op zijn gerechtelijk elektronisch adres ontvangt.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2011-08-13/17, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-04-2012>
- (2)<W 2024-03-28/60, art. 24, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2025>