Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 102

HOOFDSTUK III. _ Hof van beroep en arbeidshof.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<W 1997-07-09/36, art. 3, 054; Inwerkingtreding : 13-08-1997> § 1. Er zijn plaatsvervangende raadsheren in het hof van beroep; zij worden benoemd ter vervanging van de verhinderde raadsheren.

De plaatsvervangende raadsheren kunnen geroepen worden zitting te nemen wanneer de bezetting niet volstaat om de zetel overeenkomstig de bepalingen van de wet samen te stellen.

In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven.

(Zij kunnen echter geen zitting nemen in de kamer van inbeschuldigingstelling wanneer deze uitspraak doet met toepassing van de artikelen 235ter en 235quater van het Wetboek van strafvordering.) <W 2005-12-27/34, art. 27, 131 ; Inwerkingtreding : 30-12-2005>

Een plaatsvervangend raadsheer kan alleen zetelend zitting nemen in de kamer voor minnelijke schikking op voorwaarde dat hij de door het Instituut voor gerechtelijke opleiding georganiseerde gespecialiseerde opleiding inzake verzoening en doorverwijzing naar bemiddeling heeft gevolgd.

§ 2. De plaatsvervangende raadsheren kunnen niet worden geroepen om zitting te nemen tijdens een terechtzitting in de loop waarvan zij rechtstreeks of via een tussenpersoon optreden als raadsman voor de partijen die betrokken zijn in een geschil.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2010-12-29/02, art. 20, 169; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  • (2)<W 2013-12-01/01, art. 35, 179; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  • (3)<W 2019-03-23/03, art. 4, 223; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  • (4)<W 2023-12-19/05, art. 22, 251; Inwerkingtreding : 06-01-2024>