C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 108
HOOFDSTUK III. _ Hof van beroep en arbeidshof. — Afdeling 4. _ Dienst.
Wanneer het hof van beroep geroepen wordt om zaken die na cassatie verwezen zijn, strafzaken uitgezonderd, met verenigde kamers te berechten, bestaat het uit twee kamers, aangewezen en voorgezeten door de eerste voorzitter, de kamervoorzitter of door de raadsheer die hem vervangt. (Deze kamers zijn uit drie raadsheren samengesteld.) <W 1985-07-19/30, art. 4, 007>
Indien de zaak in de bevoegdheid valt van het arbeidshof, wordt het hof voorgezeten door de eerste voorzitter, door de kamervoorzitter of door de raadsheer die hem vervangt en bestaat het daarenboven uit twee raadsheren in het arbeidshof en vier raadsheren in sociale zaken.
De eerste voorzitter wijst de kamer, de raadsheren en de raadsheren-assessoren aan.
Verwijst naar
- C.jud. Art. 007
- C.jud. Art. 4