Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 113bis

HOOFDSTUK III. _ Hof van beroep en arbeidshof. — Afdeling 4. _ Dienst.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. Een raadsheer in een hof van beroep kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om zijn ambt uit te oefenen in een ander hof van beroep. Een raadsheer in een arbeidshof kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om zijn ambt uit te oefenen in een ander arbeidshof.

Een raadsheer in een hof van beroep kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om een ambt uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of in een ondernemingsrechtbank. Een raadsheer in een arbeidshof kan, met zijn instemming, opdracht krijgen om een ambt uit te oefenen in een arbeidsrechtbank.

§ 2. De opdrachten kunnen al dan niet bijkomend worden uitgeoefend.

§ 3. Opdrachten kunnen enkel gegeven worden wanneer de behoeften van de dienst dit rechtvaardigen en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Consensus is vereist tussen de beide korpschefs. Wanneer de opdracht wordt uitgeoefend in een rechtbank van eerste aanleg, een ondernemingsrechtbank of arbeidsrechtbank van een ander rechtsgebied wordt het advies van de eerste voorzitter van het hof van beroep of van het arbeidshof van dat rechtsgebied gevraagd. Bij gebrek aan advies binnen de termijn van veertien dagen wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs beslist het College van de hoven en rechtbanken na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs.

Naar gelang het geval wordt de opdrachtbeschikking opgesteld door de korpschef van de met de opdracht belaste magistraat of door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.

De opdrachtbeschikking bepaalt de nadere regels van de opdracht, bevat de redenen van de opdracht, vermeldt in het geval bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, waarom beroep moet worden gedaan op een raadsheer en vermeldt in voorkomend geval waarom beroep moet worden gedaan op een raadsheer van een ander rechtsgebied.

De opdracht is ten hoogste een jaar geldig en kan in dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden worden hernieuwd. Voor zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn en waarin de aangewezen magistraat zitting heeft, blijft de opdracht evenwel geldig tot aan het eindvonnis of eindarrest.

Voor de duur van zijn opdracht blijft de aldus met de opdracht belaste magistraat geldig kennis nemen van de zaken waarover de debatten aan gang zijn of die in beraad zijn en waarin hij zitting had voordat de opdracht werd gegeven.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2026-07-15/03, art. 13, 272; Inwerkingtreding : 02-08-2026>