C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 143
TITEL II. - Openbaar ministerie.
<NOTA : Dit artikel werd gewijzigd bij W 1998-12-22/48, art. 4, 069 en teruggebracht bij art. 67 van de wet van 2001-06-21/42> (§ 1.) Er is een procureur-generaal bij ieder hof van beroep (en een federale procureur die bevoegd is voor het gehele grondgebied van het Rijk.). <W 2001-06-21/42, art. 4, 085; Inwerkingtreding : 21-05-2002>
(§ 2.) (Onverminderd de bepalingen van artikel 138, derde en vierde lid, voert de procureur-generaal bij het hof van beroep onder het gezag van de Minister van Justitie en door toedoen van de Minister die de Arbeid in zijn bevoegdheid heeft, voor de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, alle opdrachten van het openbaar ministerie uit bij het hof van beroep, het arbeidshof en de hoven van assisen van zijn rechtsgebied.) <W 2004-04-12/38, art. 3, 118; Inwerkingtreding : 17-05-2004>
De procureur-generaal voert het woord in de verenigde kamers en op de plechtige zittingen van het hof van beroep en van het arbeidshof; ook op de zittingen van de kamers, wanneer hij het geraden acht.
§ 2/1. De opdrachten van openbaar ministerie bij de familiekamers en de jeugdkamers worden uitgevoerd door een of meer magistraten van het parket-generaal die de in artikel 259sexies, § 1, 2°, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde opleiding , dewelke een grondige opleiding met betrekking tot seksueel-en intrafamiliaal geweld bevat, met in het bijzonder aandacht voor feminicides en gendergerelateerde dodingen, georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding hebben gevolgd en die zijn aangewezen door de procureur-generaal.
De leden van het openbaar ministerie die hun ambt uitoefenen bij de correctionele kamers en de kamer van inbeschuldigingstelling volgen binnen het jaar na hun eerste aanwijzing een grondige opleiding inzake seksueelen intrafamiliaal geweld met in het bijzonder aandacht voor feminicides en gendergerelateerde dodingen, georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.
Met betrekking tot de kamers bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de procureur-generaal in uitzonderlijke omstandigheden en voor een goede rechtsbedeling, bij een met redenen omklede beslissing, voor een welbepaalde periode een niet-opgeleide magistraat aanwijzen.
(§ 3. De federale procureur voert, in de gevallen en op de wijze bepaald door de wet, onder het gezag van de Minister van Justitie, alle opdrachten van het openbaar ministerie in strafzaken uit bij de hoven van beroep, de hoven van assisen, de rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken.) <W 2001-06-21/42, art. 4, 085; Inwerkingtreding : 21-05-2002>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 116, 192; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (2)<W 2020-07-31/03, art. 50, 228; Inwerkingtreding : 17-08-2020>
- (3)<W 2023-07-13/12, art. 20, 250; Inwerkingtreding : 01-10-2023>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 069
- C.jud. Art. 085
- C.jud. Art. 118
- C.jud. Art. 138
- C.jud. Art. 259sexies
- C.jud. Art. 3
- C.jud. Art. 4
- C.jud. Art. 67