C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 168
TITEL III. - (Gerechtspersoneel). <W 2007-04-25/64, art. 10, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> — HOOFDSTUK III. - Leden van de griffie. <ingevoegd bij W 2007-04-25/64, art. 19; Inwerkingtreding : 01-12-
<W 2007-04-25/64, art. 25, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> De griffier oefent een gerechtelijke functie uit. Hij vervult de griffietaken en staat de magistraat bij als griffier in alle verrichtingen van diens ambt.
Op deze regel wordt slechts een uitzondering gemaakt wanneer om dringende redenen zijn aanwezigheid niet kon worden gevorderd.
Tot de taken van de griffier behoren :
1° hij stelt de griffie voor het publiek toegankelijk;
2° hij voert de boekhouding van de griffie;
3° hij verlijdt de akten waarmee hij belast is, bewaart de minuten, registers en alle akten van het gerecht waarbij hij is aangesteld en geeft daarvan uitgiften, uittreksels of afschriften af;
4° hij bewaart de rechtsdocumentatie inzake wetgeving, rechtspraak en rechtsleer ten behoeve van de rechters;
5° hij maakt de tabellen, statistieken en andere documenten op, waarmee hij bij wet of besluit belast is; hij houdt de registers en repertoria bij;
6° hij zorgt voor de bewaring van de waarden, documenten en voorwerpen die krachtens de wet ter griffie zijn neergelegd;
7° hij neemt de passende maatregelen om alle archiefbescheiden die hij onder zijn beheer heeft in goede staat te bewaren, om ze te ordenen en te inventariseren, ongeacht hun vorm, structuur en inhoud;
8° hij antwoordt op alle verzoeken van de rechtszoekenden om hen algemene informatie van louter procedurele aard te verstrekken met betrekking tot hun dossier, onverminderd artikel 297;
9° hij verleent technische bijstand aan de rechtszoekenden in het gebruik van de hardware en software die voor het publiek ter beschikking staat in de hoven en rechtbanken en in hun griffies.
De griffier verleent bijstand aan de magistraat :
1° hij bereidt de taken van de magistraat voor;
2° hij is aanwezig op de terechtzitting;
3° hij notuleert het verloop van de rechtszaken en de uitspraken;
4° hij geeft akte van de verschillende formaliteiten waarvan de vervulling moet worden vastgesteld en verleent er authenticiteit aan;
5° hij stelt de dossiers van de rechtspleging op en ziet, in het kader van zijn bevoegdheid, toe op de naleving van de geldende regelgeving.
De Koning stelt nadere regels voor de toepassing van dit artikel. Voor de toepassing van het derde lid, 7°, wordt het advies van de Algemeen Rijksarchivaris ingewonnen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2024-05-15/03, art. 56, 262; Inwerkingtreding : 07-06-2024>