Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 182

HOOFDSTUK II. - [1 Centraal beheer]1 — Afdeling I. [1 Het College van de hoven en rechtbanken]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. Het College bestaat uit twaalf leden, een voorzitter en een ondervoorzitter. De leden tellen drie eerste voorzitters van een hof van beroep, een eerste voorzitter van een arbeidshof, drie voorzitters van een rechtbank van eerste aanleg, een voorzitter van een ondernemingsrechtbank, een voorzitter van een arbeidsrechtbank, een voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en twee leden van de raad van hoofdgriffiers. Het College wordt taalkundig paritair samengesteld. Indien een lid afkomstig is uit het gerechtelijk arrondissement Eupen, wordt het meegeteld bij de taalrol van zijn diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten. De leden van de raad van hoofdgriffiers behoren tot een verschillende taalrol.

§ 2. De magistraat - leden van het College worden verkozen door de korpschefs van de hoven van beroep, van de arbeidshoven, van de rechtbanken en van de vredegerechten voor een termijn van vijf jaar.

Het verlies van het mandaat van korpschef tenzij deze het gevolg is van een tuchtstraf of de toelating tot de inruststelling, maakt geen einde aan het mandaat van lid van het College.

Een kiescollege van de eerste voorzitters kiest de vier vertegenwoordigers van de hoven, taalparitair verdeeld.

Een kiescollege van de voorzitters kiest de zes vertegenwoordigers van de rechtbanken en de vredegerechten, taalparitair verdeeld. Eén van de drie voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg behoort tot de andere taalrol dan de twee andere voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg.

De Koning stelt de nadere regels vast voor de verkiezing.

§ 3. De leden van de raad van hoofdgriffiers verkiezen hun vertegenwoordigers in het College voor een termijn van drie jaar, die hernieuwbaar is op verzoek van elk van de betrokken vertegenwoordigers. De Koning stelt de nadere regels vast voor de verkiezing.

§ 3/1. De persoonsgegevens van de kiezers en van de kandidaten die door het College worden ingewonnen in de loop van de verkiezingsprocedure van de leden, worden door het College bewaard voor de duur van het mandaat.

Het College staat in voor de inrichting en het beheer van de werking van de lijst van kiezers en kandidaten. Hij staat in voor de controle op de werking en het gebruik van deze lijst. Het College wordt met betrekking tot de lijst beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).

De Koning bepaalt de gegevens die in de lijst zijn opgenomen.

De lijst en de daarin opgenomen gegevens kunnen, onder toezicht van de beheerder en voor zover noodzakelijk voor het vervullen van hun respectievelijke wettelijke opdrachten, uitsluitend worden geraadpleegd door het College en de steundienst bij het College.

§ 4. Het College kiest uit zijn leden bedoeld in paragraaf 2 en uit de voormalige voorzitter en ondervoorzitter van het vorige College of, indien er uit deze personen niemand gekozen wordt, uit de in functie zijnde korpschefs die niet verkozen werden in het College en uit de erekorpschefs zoals bedoeld in artikel 259quater, § 5/1, een voorzitter en een ondervoorzitter voor een termijn van vijf jaar dewelke van rechtswege een einde neemt bij het aflopen van de termijn bedoeld in paragraaf 2, eerste lid. De kandidaten zijn minstens vijf jaar verwijderd van hun inruststelling. De voorzitter en de ondervoorzitter behoren tot een verschillende taalrol. Na tweeënhalf jaar wordt een beurtwisseling van de mandaten in acht genomen. De Koning stelt de nadere regels vast voor de aanwijzing van de voorzitter en ondervoorzitter op eensluidend voorstel van het College.

De gekozen voorzitter en ondervoorzitter worden als lid van het College vervangen overeenkomstig paragraaf 5, eerste lid.

Bij het voortijdig openvallen van het mandaat van voorzitter of ondervoorzitter of bij het oplopen van een tuchtstraf wordt de voorzitter of ondervoorzitter voor de resterende duur vervangen door een ander verkozen lid van het College, de voormalige voorzitter of ondervoorzitter van het vorige College, een in functie zijnde korpschef of een erekorpschef als bedoeld in artikel 259quater, § 5/1, van dezelfde taalrol.

Wanneer de stemming bedoeld in het eerste lid niet leidt tot de aanwijzing van een voorzitter of een ondervoorzitter wordt de functie van voorzitter of ondervoorzitter tijdelijk waargenomen door het lid van het College met de hoogste anciënniteit of, indien deze anciënniteit geen uitsluitsel geeft, door het lid met de hoogste anciënniteit als korpschef binnen de rechterlijke orde, behorende tot de andere taalrol dan de reeds verkozen voorzitter of ondervoorzitter. Wanneer de stemming niet leidt tot de aanwijzing van een voorzitter en een ondervoorzitter worden beide functies tijdelijk waargenomen door de leden van het College met de hoogste anciënniteit of, indien deze anciënniteit geen uitsluitsel geeft, door de leden met de hoogste anciënniteit als korpschef binnen de rechterlijke orde, behorende tot een verschillende taalrol. De tijdelijke functie wordt waargenomen tot de stemming een voorzitter, respectievelijk ondervoorzitter aanwijst. Het vijfde lid is in dit geval niet van toepassing.

De voorzitter en de ondervoorzitter oefenen hun mandaat voltijds uit. Zij ontvangen de wedde die toegekend wordt aan de eerste voorzitter van het hof van beroep. Artikel 323bis is op hen van toepassing.

§ 5. Voor de leden van het College bedoeld in paragraaf 2 wordt voor de duur van het mandaat een lijst met opvolgers opgesteld, die bestaat uit de niet-verkozen korpschefs in volgorde van het behaalde aantal stemmen. Bij afwezigheid, verhindering of, het voortijdig openvallen van een mandaat van lid in het College, wordt het betrokken lid, al naargelang het geval, voor de duur van de afwezigheid of verhindering dan wel voor de resterende duur van het mandaat, vervangen door de eerst nuttig gerangschikte opvolger uit hetzelfde type rechtscollege en van dezelfde taalrol uit de lijst van opvolgers, uitgezonderd de opvolgers waarvan het mandaat van korpschef een einde nam door toedoen van een tuchtstraf of die werden toegelaten tot de inruststelling. Bij gebrek hieraan, wordt het lid vervangen door de korpschef van hetzelfde type rechtscollege en dezelfde taalrol met het hoogste aantal jaren dienstanciënniteit binnen de zetel.

Ingeval een lid van het College dat de raad van hoofdgriffiers vertegenwoordigt, afwezig of verhinderd is, wordt het vervangen door een lid van de raad die het vertegenwoordigt en dat tot dezelfde taalgroep behoort. Wanneer een vertegenwoordiger van de raad van hoofdgriffiers in de loop van zijn mandaat zijn hoedanigheid van hoofdgriffier verliest, wordt hij vervangen door een opvolger vermeld in een lijst opgesteld volgens door de Koning bepaalde nadere regels.

§ 6. Het College beslist bij meerderheid van stemmen, waaronder minstens één stem in elke taalgroep. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De leden van de raad van hoofdgriffiers zetelen met raadgevende stem.

Het College neemt de beslissingen inzake de bevoegdheden bedoeld in artikel 181, eerste lid. De voorzitter en de ondervoorzitter nemen autonoom en in overleg beslissingen die aan de door het College bepaalde strategie uitvoering geven. Ze geven hiervan rekenschap aan het College. Indien de voorzitter en de ondervoorzitter het niet eens zijn over de te nemen beslissing, leggen zij deze voor aan het College.

Het College keurt zijn huishoudelijk reglement goed en kan zich voorzien van een taalparitair bureau voor de voorbereiding en uitvoering van de beslissingen. Indien er een bureau gecreëerd wordt, nemen de voorzitter en de ondervoorzitter van rechtswege deel aan dit bureau.

Het College vergadert minstens eenmaal per maand. De minister van Justitie of de voorzitter van het College van het openbaar ministerie kan eveneens het College op hun met redenen omklede vraag verzoeken bijeen te komen. Zij kunnen het College verzoeken een aanbeveling of richtlijn uit te vaardigen. Het College zal daarover beslissen. Op eigen initiatief of op vraag van de minister van Justitie vergaderen beide Colleges samen.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2022-12-26/22, art. 9, 247; Inwerkingtreding : 22-01-2023>
  • (2)<W 2024-05-15/03, art. 8, 262; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
  • (3)<W 2026-02-08/04, art. 18, 267; Inwerkingtreding : 26-02-2026>