Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 184

HOOFDSTUK II. - [1 Centraal beheer]1 — Afdeling II [1 Het College van het openbaar ministerie]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. Er wordt een College van het openbaar ministerie opgericht dat binnen zijn bevoegdheden alle maatregelen neemt die nodig zijn voor een goed beheer van het openbaar ministerie :

1° ondersteuning bieden aan het beheer ter uitvoering van het strafrechtelijk beleid bepaald door het College van procureurs-generaal overeenkomstig artikel 143bis, § 2;

2° het nastreven van de integrale kwaliteit op het vlak van onder meer communicatie, kennisbeheer, kwaliteitsbeleid, werkprocessen, implementatie van de informatisering, strategisch personeelsbeleid, statistiek, werklastmeting en werklastverdeling, teneinde bij te dragen aan een toegankelijke, onafhankelijke, tijdige en kwaliteitsvolle rechtsbedeling;

3° ondersteuning bieden aan het beheer binnen de gerechtelijke entiteiten van het openbaar ministerie.

Ter uitvoering van de taken en bevoegdheden bedoeld in dit artikel kan het College aanbevelingen en dwingende richtlijnen richten aan de directiecomités van de gerechtelijke entiteiten van het openbaar ministerie. De aanbevelingen en richtlijnen worden aan de minister van Justitie overgezonden.

§ 2. In het College van het openbaar ministerie nemen naast de vijf procureurs-generaal bij de hoven van beroep, drie leden van de raad van procureurs des Konings, een lid van de raad van de arbeidsauditeurs, twee leden van de raad van hoofdsecretarissen en de federale procureur plaats. De raad van procureurs des Konings, de raad van arbeidsauditeurs en de raad van hoofdsecretarissen verkiezen hun vertegenwoordigers in het College voor een termijn van drie jaar, die hernieuwbaar is op verzoek van elk van de betrokken vertegenwoordigers en, wat de raad van procureurs des Konings en de raad van arbeidsauditeurs betreft, mits naleving van de alternatie qua taalrol. Voor de toepassing van dit lid wordt de procureur voor de verkeersveiligheid geacht deel uit te maken van de raad van procureurs des Konings. De Koning stelt de nadere regels vast voor de verkiezing. De persoonsgegevens van de kiezers en van de kandidaten die door het College worden ingewonnen in de loop van de verkiezingsprocedure van de leden worden door het College bewaard voor de duur van het mandaat.

Het College van het openbaar ministerie wordt voorgezeten door de voorzitter van het College van procureursgeneraal. Het is taalparitair samengesteld. Indien een lid afkomstig is uit het arrondissement Eupen, wordt het meegeteld bij de taalgroep van zijn diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten. De leden van de raad van hoofdsecretarissen behoren tot een verschillende taalrol.

Het College beslist bij meerderheid van stemmen, waaronder minstens een stem in elke taalgroep. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Indien geen beslissing wordt genomen, neemt de minister van Justitie de noodzakelijke beheersmaatregelen.

Het College keurt zijn huishoudelijk reglement goed en kan zich voorzien van een taalparitair samengesteld bureau voor de voorbereiding en uitvoering van de beslissingen.

Het College van het openbaar ministerie vergadert minstens eenmaal per maand. De minister van Justitie of de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken kan eveneens het College van het openbaar ministerie verzoeken bijeen te komen op hun gemotiveerde vraag. Zij kunnen het College verzoeken een aanbeveling of richtlijn uit te vaardigen. Het College beslist over dat verzoek. Op eigen initiatief of op vraag van de minister van Justitie vergaderen beide Colleges samen.

Ingeval een lid van het College dat de raad van procureurs des Konings, de raad van arbeidsauditeurs of de raad van hoofdsecretarissen vertegenwoordigt, afwezig of verhinderd is, wordt het vervangen door een lid van de raad die het vertegenwoordigt en dat tot dezelfde taalgroep behoort.

Ingeval een lid van het College dat niet bedoeld wordt in het zesde lid afwezig of verhinderd is, wordt het lid vervangen door de overeenkomstig artikel 319 aangewezen vervanger.

Wanneer een vertegenwoordiger van de raad van procureurs des Konings of van de raad van arbeidsauditeurs zijn hoedanigheid van magistraat of van korpschef of een vertegenwoordiger van de raad van hoofdsecretarissen zijn hoedanigheid van hoofdsecretaris in de loop van zijn mandaat verliest, wordt hij vervangen door een opvolger vermeld in een lijst opgesteld volgens door de Koning bepaalde nadere regels. De persoonsgegevens van de opvolgers worden door het College bewaard voor een termijn van drie jaar.

§ 3. Het College staat in voor de inrichting en het beheer van de werking van de lijst van kiezers en kandidaten. Hij staat in voor de controle op de werking en het gebruik van deze lijst. Het College wordt met betrekking tot de lijst beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).

De Koning bepaalt de gegevens die in de lijst zijn opgenomen.

De lijst en de daarin opgenomen gegevens kunnen, onder toezicht van de beheerder en voor zover noodzakelijk voor het vervullen van hun respectievelijke wettelijke opdrachten, uitsluitend worden geraadpleegd door het College en de steundienst bij het College.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Hersteld door W 2014-02-18/05, art. 14, 180; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  • (2)<W 2017-07-06/24, art. 233, 211; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  • (3)<W 2022-12-26/22, art. 11, 247; Inwerkingtreding : 22-01-2023>
  • (4)<W 2024-05-15/03, art. 9, 262; Inwerkingtreding : 07-06-2024>