C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 195
HOOFDSTUK II. - Leden van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de [2 — Afdeling II. - Leden van de rechtbank van eerste aanleg.
(Alle werkende rechters in de rechtbank van eerste aanleg die gedurende ten minste één jaar het ambt van rechter of van magistraat van het openbaar ministerie hebben uitgeoefend, alsook de plaatsvervangende magistraten bedoeld in artikel 156bis,, kunnen als enige rechter zitting houden.
Na het schriftelijk en met redenen omklede advies van de procureur des Konings en van de stafhouder van de Orde van advocaten te hebben gevraagd, kunnen evenwel alle werkende rechters in de rechtbank van eerste aanleg, ongeacht hun anciënniteit, als enige rechter zitting houden, wanneer de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de noodzaak daarvan aantoont.) (W 1997-01-21/39, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 1997-03-25>
De aangewezen magistraten kunnen ook in de andere kamers van de rechtbank van eerste aanleg zitting nemen naar de rang van hun installatie.
(Werkende rechters die als enige rechter zitting houden en die door de voorzitter van de rechtbank worden aangewezen om als assessor deel uit te maken van een hof van assisen, mogen voor de duur van de zitting van het hof van assisen worden vervangen door een plaatsvervangend rechter die deze functie al ten minste tien jaar uitoefent en die regelmatig zitting houdt of zitting heeft gehouden in strafzaken in een kamer met drie rechters, ....) <W 2005-04-13/30, art. 4, 123 ; Inwerkingtreding : 13-05-2005>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2015-10-19/01, art. 68, 199; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 043
- C.jud. Art. 123
- C.jud. Art. 156bis
- C.jud. Art. 2
- C.jud. Art. 4