C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 215
HOOFDSTUK III. - Leden van het hof van beroep en van het arbeidshof en magistraten van het openbaar — Afdeling III. - Arbeidshof.
<W 1998-12-22/47, art. 41, 066; Inwerkingtreding : 02-08-2000> Onverminderd de bepalingen betreffende de benoeming van de werkende en de plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken worden de eerste voorzitter, de kamervoorzitters, de raadsheren in het arbeidshof en de eerste advocaat-generaal, de advocaten-generaal en de substituten-generaal bij dit hof, al naar gelang, aangewezen of benoemd door de Koning op gezamenlijke voordracht van de ministers tot wier bevoegdheid Arbeid en Justitie behoort.
Verwijst naar
- C.jud. Art. 066
- C.jud. Art. 41