Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 216

HOOFDSTUK III. - Leden van het hof van beroep en van het arbeidshof en magistraten van het openbaar — Afdeling III. - Arbeidshof.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

De werkende en de plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken worden benoemd door de Koning, op voordracht van de minister die de Arbeid in zijn bevoegdheid heeft.

De werkende en plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken die voorgedragen zijn door de organisaties van zelfstandigen, worden evenwel benoemd door de Koning op de voordracht van de minister die de Middenstand in zijn bevoegdheid heeft.

De artikelen 199, 200, 201, 202 202bis en 206 zijn van toepassing op de werkende en de plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken. Om tot werkend of plaatsvervangend raadsheer in sociale zaken te worden benoemd in het arbeidshof met zetel te Brussel, moet men in het bezit zijn van een studiegetuigschrift of diploma van Nederlands of Frans onderwijs. De raadsheer mag slechts zitting houden in zaken van dezelfde taal als het getuigschrift of het diploma dat hij bezit.

In afwijking van artikel 202, moeten de kandidaten evenwel volle dertig jaar oud zijn.

Om te worden benoemd tot werkend of plaatsvervangend raadsheer in sociale zaken bij het arbeidshof te Luik moet de kandidaat houder zijn van een studiegetuigschrift of diploma dat getuigt van een opleiding gevolgd in het Frans of in het Duits. De raadsheer in sociale zaken mag slechts zitting houden in zaken van dezelfde taal als het getuigschrift of diploma dat hij bezit.

Hij mag echter zitting houden in zaken van een andere taal dan die van het studiegetuigschrift of diploma dat hij bezit, op voorwaarde dat hij geslaagd is voor een mondeling examen over de kennis van de andere taal alsook voor een schriftelijk examen over de passieve kennis ervan; beide examens worden door de Koning ingericht. De jury's waarvoor de proeven worden afgelegd, zijn samengesteld uit een voorzitter, gekozen uit de werkende leden van het hof van beroep, het arbeidshof, het parket-generaal of het auditoraat-generaal te Luik en uit twee werkende magistraten, die allen aangetoond hebben dat zij kennis hebben van de taal waarop het examen betrekking heeft, alsook uit twee taalprofessoren van het universitair onderwijs.

Het besluit van benoeming bepaalt het taalstelsel waartoe de betrokkene behoort.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2012-07-19/36, art. 22, 175; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
  • (2)<W 2014-05-08/02, art. 8, 185; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  • (3)<W 2019-03-23/03, art. 14, 223; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  • HOOFDSTUK IIIbis. - Bepaling gemeen aan de hoofdstukken I tot III. <Ingevoegd bij W 2003-05-03/45, art. 13;
  • Inwerkingtreding : 02-06-2003>