Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 274

HOOFDSTUK VIII. - (...). <W 2006-06-10/68, art. 25, 140; Inwerkingtreding : 01-12-2006> — Afdeling II. -[1 Selectie.]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<W 2007-04-25/64, art. 69, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> § 1. In het niveau A en voor een betrekking van griffier of secretaris, kiest het directiecomité of de betrekking moet worden verleend door middel van mutatie, mobiliteit, werving, bevordering of verandering van graad.

Voor de vredegerechten en de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel ligt die keuze bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg wordt bepaald overeenkomstig artikel 186bis, tweede tot zevende lid.

§ 2. Voor de benoeming tot hoofdgriffier, griffier-hoofd van dienst, hoofdsecretaris, secretaris-hoofd van dienst of tot functies in de klasse A3, A4 of A5 in niveau A kiest het directiecomité of de betrekking moet worden verleend door middel van verandering van titel, mutatie of bevordering.

Wanneer de betrekking niet kan worden toegekend onder deze personeelsleden wordt, bij mobiliteit, een beroep gedaan op de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt, in de zin van artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, die voldoen aan de reglementaire voorwaarden en die er aanspraak kunnen op maken door bevordering tot de hogere klasse ....

Wanneer de betrekking niet kan worden toegekend bij mobiliteit, wordt ze toegekend overeenkomstig de regels bepaald inzake aanwerving. Evenwel, wordt van de kandidaten een nuttige ervaring voor de functie van zes jaar voor de klasse A3 en van negen jaar voor de klasse A4 geëist.

§ 2/1. Voor de aanwijzing tot hoofdgriffier of hoofdsecretaris wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden en dat aanspraak kan maken op bevordering.

§ 3. Op aanvraag van de minister van Justitie of zijn gemachtigde organiseert Selor een vergelijkende selectie die leidt tot een rangschikking van de geslaagden.

§ 4. Wanneer de aard van de te begeven functie dit vereist kan de minister van Justitie of zijn gemachtigde [ op verzoek van het directiecomité , onder toezicht van Selor een bijkomende vergelijkende proef organiseren

4 die voor deze functie leidt tot een aparte rangschikking van de geslaagden. De bijkomende vergelijkende proef kan uit meerder opeenvolgende delen bestaan waarbij de kandidaat enkel kan deelnemen aan het volgende deel als deze geslaagd is voor het vorige deel. Het maximum aantal kandidaten, rekening houdende met hun rangschikking, dat toegelaten wordt tot de bijkomende proef kan beperkt worden. In dit geval wordt de rangschikking bepaald op basis van de resultaten van het laatste deel, dat minstens een interview omvat.

De selectiecommissie is samengesteld als volgt :

1° Als voorzitter, naar gelang van het geval, de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ... van het hof, de rechtbank of het parket waarin de betrekking is vacant verklaard of zijn aangestelde;

2° minstens twee leden die door de minister van Justitie zijn aangewezen uit personen die wegens hun bevoegdheid of hun specialisatie, bijzonder geschikt zijn. Deze bijzondere geschiktheid kan worden aangetoond hetzij door een diploma, hetzij door een relevante beroepsbekwaamheid.

...

De werfreserve van de bijkomende vergelijkende proef heeft een geldigheidsduur van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal dat deze afsluit.

De deelname aan de bijkomende vergelijkende proef is niet verplicht. De geslaagden voor deze vergelijkende proef, evenals de kandidaten die niet zijn geslaagd, behouden de rangschikking bedoeld in § 3.

§ 4/1. Het directiecomité kan, zonder toepassing van artikel 287sexies, een beroep doen op de bestaande reserve van een bijkomende vergelijkende proef bedoeld in paragraaf 4, vierde lid.

§ 4/2. De geslaagden voor de bijkomende vergelijkende proef die niet ingaan op een betrekking die hen wordt aangeboden, worden geschrapt uit de werfreserve van de bijkomende vergelijkende proef.

§ 5. De Koning benoemt of, in voorkomend geval, wijst aan ... de geslaagde die het hoogst is gerangschikt voor de desbetreffende vergelijkende selectie ofwel de geslaagde die het hoogst is gerangschikt voor de bijkomende vergelijkende proef.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2013-12-01/01, art. 73, 179; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  • (2)<W 2014-04-10/73, art. 25, 187; Inwerkingtreding : 10-06-2014>
  • (3)<W 2014-04-10/72, art. 8, 189; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  • (4)<W 2016-05-04/03, art. 75, 203; Inwerkingtreding : 23-05-2016. Overgangsbepalingen : art. 251>
  • (5)<W 2017-07-06/24, art. 253, 211; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  • (6)<W 2022-12-26/22, art. 38, 247; Inwerkingtreding : 22-01-2023>
  • (7)<W 2024-05-07/04, art. 20, 259; Inwerkingtreding : 26-05-2024>