Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 291

BOEK II. - GERECHTELIJKE AMBTEN. — HOOFDSTUK I. [1 - Installatie van de magistraten, de referendarissen, de parketjuristen, de criminologen en de

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Onverminderd artikel 289, eerste lid, en wanneer de installatie of de eedaflegging wegens buitengewone omstandigheden niet overeenkomstig de artikelen 288 en 289, tweede en derde lid, kan geschieden, wordt de bij het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven eed persoonlijk of schriftelijk afgelegd :

a)door de voorzitters, de raadsheren, de eerste advocaten-generaal, de advocaten-generaal, de referendarissen, de hoofdgriffier, de griffiers en de personeelsleden van niveau A, van of bij het Hof van Cassatie in handen van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie;

b) door de federale procureur en de federale magistraten in handen van de voorzitter van het College van procureurs-generaal;

c) door de andere in artikel 288 genoemde personen naargelang het geval in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep of van het arbeidshof;

d) door de procureur voor de verkeersveiligheid en de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid in handen van de voorzitter van het College van het openbaar ministerie.

Wanneer de eed schriftelijk wordt afgelegd, wordt hij gedateerd, ondertekend en, naargelang het geval, meegedeeld aan de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, het hof van beroep of het arbeidshof of aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2020-12-20/02, art. 2, 232; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
  • (2)<W 2021-12-23/07, art. 44, 238; Inwerkingtreding : 09-01-2022>