C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 304
HOOFDSTUK II. - Onverenigbaarheden. — Afdeling II. - Bloed- of aanverwantschap.
In alle zaken moet (de rechter, ..., de plaatsvervangende rechter, de ambtenaar van het openbaar ministerie) (de griffier) (,de referendaris bij het Hof van Cassatie) (, de rechter in sociale zaken of in handelszaken of de assessor in de strafuitvoeringsrechtbank), op straffe van tuchtsanctie als naar recht, zich onthouden, indien hij echtgenoot, bloed- of aanverwant in de rechte lijn of in de tweede graad in de zijlijn is van de advocaat of van de gemachtigde van een der partijen. <W 1998-02-10/32, art. 14, 057; Inwerkingtreding : 02-03-1998> <W 1997-05-06/38, art. 13, 052; Inwerkingtreding : 05-07-1997> <W 1997-02-17/50, art. 70, 044; Inwerkingtreding : 01-07-1997> <W 2006-05-17/36, art. 27, 132; Inwerkingtreding : 01-02-2007>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-12-01/01, art. 78, 179; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
- (2)<W 2014-05-05/11, art. 109, 195; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 136). Overgangsbepalingen:
- art. 134 en 135>
- (3)<W 2016-05-04/03, art. 92, 203; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 261, zevende en achtste lid)>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 044
- C.jud. Art. 052
- C.jud. Art. 057
- C.jud. Art. 13
- C.jud. Art. 132
- C.jud. Art. 14
- C.jud. Art. 27
- C.jud. Art. 70