C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 327
TITEL II. - Uitoefening van gerechtelijke ambten. — HOOFDSTUK III. - Verhindering en vervanging.
(lid opgeheven) <W 2003-04-10/59, art. 96, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(Onverminderd de toepassing van artikel 326 kan de Minister van Justitie, op gelijkluidend advies van de procureur-generaal onder wie de magistraat ressorteert, aan magistraten van een parket van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur een opdracht geven in dienst van de Koning of voor federale overheidsdiensten (, beleidsorganen en secretariaten,) of bij regeringscommissies, -instellingen of -diensten.) <W 2003-04-10/59, art. 96, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2004-12-27/31, art. 4, 121; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
(De Minister van Justitie kan eveneens, op gelijkluidend advies van de bevoegde procureur-generaal aan magistraten van het parket bij een gerecht van hoger beroep opdracht geven in dienst van de Koning of voor federale overheidsdiensten (, beleidsorganen en secretariaten).) <W 2003-04-10/59, art. 96, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2004-12-27/31, art. 4, 121; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
(De opdrachten bepaald in het (eerste en tweede) lid mogen niet voor meer dan zes jaar worden gegeven behalve wat betreft de opdracht in dienst van de Koning, die van onbepaalde duur is.) <W 25-07-1974, art. 1> <W 2003-04-10/59, art. 96, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
(De bepalingen van artikel 323bis, § 1, tweede tot vijfde lid, zijn van toepassing op de vorige leden.) <W 2000- 07-17/34, art. 10, 080; Inwerkingtreding : 01-01-2000>