C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 331/13
Afdeling III. [1 Omstandigheidsverlof en uitzonderlijk verlof]1 — Onderafdeling II. [1 Uitzonderlijk verlof]1
§ 1. De magistraat bekomt uitzonderlijk verlof met het oog op het verlenen van persoonlijke zorg of steun aan een gezinslid of een familielid dat om medische redenen behoefte heeft aan zorg of steun.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° gezinslid: elk persoon die samenleeft met de magistraat op dezelfde woonplaats;
2° familielid: de echtgenoot van de magistraat of de persoon met wie de magistraat wettelijk samenwoont, zoals geregeld door de artikelen 1475 en volgende van het oud Burgerlijk Wetboek, alsook de bloedverwanten in de eerste graad van de magistraat;
3° een medische reden als gevolg waarvan men behoefte heeft aan zorg of steun: elke gezondheidstoestand, al dan niet het gevolg van een ziekte of medische ingreep, die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat er een behoefte is aan zorg of steun, dit is elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging.
De magistraat die gebruik wenst te maken van het zorgverlof, deelt dit vooraf mee aan zijn korpschef.
De magistraat legt zo spoedig mogelijk ter staving een doktersattest voor dat in het jaar waarin het uitzonderlijk verlof wordt opgenomen door de behandelend arts van het betrokken gezinslid of het familielid is afgeleverd en waaruit blijkt dat dit gezinslid of familielid om een medische reden behoefte heeft aan zorg of steun. Dit attest mag de medische reden zelf niet vermelden.
§ 2. De duur van de verloven bedoeld in paragraaf 1 is beperkt tot vijf werkdagen per jaar. Het verlof wordt genomen per dag, in aaneensluitende dagen of per halve dag.
De duur van de verloven bedoeld in paragraaf 1 wordt verminderd met het aantal werkdagen zorgverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar in toepassing van artikel 30bis, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
§ 3. De verloven bedoeld in dit artikel worden gelijkgesteld met periodes van dienstactiviteit.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-12/05, art. 22, 261; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
- (2)<W 2026-02-08/04, art. 22, 267; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 1475
- C.jud. Art. 30bis