C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 331/49
HOOFDSTUK IV. [1 Afwezigheden en verloven van magistraten]1 — Afdeling VIII. [1 Zorgverloven]1
§ 1. De magistraat heeft recht op verlof voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of het verstrekken van verzorging noodzakelijk is.
De door paragraaf 1 geboden mogelijkheid staat open voor:
- de magistraat die verwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
- de magistraat die samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.
§ 3. De magistraat legt een attest voor afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek kind, en waaruit blijkt dat de magistraat zich bereid heeft verklaard het zwaar ziek kind bij te staan of hem verzorging te verstrekken ....
Het bewijs van hospitalisatie van het kind wordt geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis ....
§ 4. Dit verlof geldt voor een periode van een week en is eenmaal verlengbaar.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-12/05, art. 66, 261; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
- (2)<W 2026-02-08/04, art. 28, 267; Inwerkingtreding : 01-01-2025>