C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 354
TITEL II. - Uitoefening van gerechtelijke ambten. — HOOFDSTUK VIII. -[1 - Gemeenschappelijke bepalingen geldend voor de leden van het gerechtspersoneel met uitzondering van de
<W 2007-04-25/64, art. 124, 154; Inwerkingtreding : 01-12-2008> De Koning regelt de eedaflegging van het personeel van de griffies, de parketsecretariaten en van de steundiensten, alsmede van de attachés en de adviseurs in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie. Hij regelt eveneens de afwezigheid, het verlof en de vakantie van voornoemd personeel,alsmede van de hoofdgriffiers, de griffiers-hoofden van dienst, de griffiers, de hoofdsecretarissen, de secretarissen-hoofden van dienst en de secretarissen.
De Koning organiseert de beroepsopleiding van het gerechtspersoneel.
De Koning kan voor de afwezigheden wegens ziekte of gebrekkigheid voor de leden van de griffie en de personeelsleden bedoeld in het eerste lid, de regelingen toepassen die gelden voor het Rijkspersoneel.
De Koning kan eveneens de stand disponibiliteit en het daaraan verbonden wachtgeld bepalen, overeenkomstig de bepalingen die op het Rijkspersoneel van toepassing zijn
De Koning regelt de rechtshulp aan de griffiers, de secretarissen, het personeel van de griffies, van de parketsecretariaten en van de steundiensten, alsmede aan de attachés en de adviseurs in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade, overeenkomstig de bepalingen die op het rijkspersoneel van toepassing zijn.
De Koning bepaalt de nadere regels van het telewerken van het gerechtspersoneel.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-04-10/73, art. 40, 187; Inwerkingtreding : 10-06-2014>
- (2)<W 2021-05-10/01, art. 5, 234; Inwerkingtreding : 17-05-2021>
- (3)<W 2024-05-07/04, art. 40, 259; Inwerkingtreding : 26-05-2024>