Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 355ter

BOEK II. - GERECHTELIJKE AMBTEN. — TITEL III. [1 - Wedden, lonen, werkingskosten en voordelen]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<ingevoegd bij W 2006-05-17/36, art. 34, 132; Inwerkingtreding : 31-08-2006> De wedde van de werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank stemt overeen met de in artikel 355 bepaalde wedde voor de rechters in de rechtbank van eerste aanleg. De artikelen 360, eerste lid, 360ter, derde en vierde lid, 362, 363, 365/1 en 377 zijn op hen van toepassing.

De vereiste ervaring als benoemingsvoorwaarde wordt meegerekend voor de berekening van de anciënniteit tot ten hoogste zes jaar. Alle periodes gedurende dewelke het ambt van assessor in de strafuitvoeringsrechtbank werd uitgeoefend worden in aanmerking genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.

De minister van Justitie bepaalt het bedrag van de vergoeding die toegekend wordt aan de plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2014-05-05/11, art. 114, 195; Inwerkingtreding : 01-10-2016(zie ook art. 136). Overgangsbepalingen: art. 134 en 135>
  • (2)<W 2016-05-04/03, art. 107, 203; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 261, zevende en achtste lid)>
  • (3)<W 2016-12-25/14, art. 66, 208; Inwerkingtreding : 13-05-2016>
  • (4)<W 2026-02-08/04, art. 31, 267; Inwerkingtreding : 16-02-2026>
  • (5)<W 2026-07-15/03, art. 40, 272; Inwerkingtreding : 01-09-2026>