Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 397bis

TITEL IV. - Inruststelling, pensionering en emeritaat. — HOOFDSTUK IIbis. - ([2 Inruststelling]2 en pensioen van de referendarissen bij het Hof van Cassatie en van de referendarissen [1 , de

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

De referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen , parketjuristen en criminologen bij de hoven en rechtbanken houden op hun ambt uit te oefenen en worden in ruste gesteld wanneer zij wegens een ernstige en blijvende gebrekkigheid niet meer in staat zijn hun ambt naar behoren te vervullen of wanneer zij de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt zoals bepaald in artikel 46, § 3, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.

De in het eerste lid bedoelde personeelsleden die wegens een ernstige en blijvende gebrekkigheid in ruste gesteld worden, kunnen geen aanspraak maken op een rustpensioen tenzij zij de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt of de voorwaarden voor het verkrijgen van een onmiddellijk of uitgesteld pensioen vervullen, zoals bepaald in artikel 46 van de voormelde wet van 15 mei 1984.

De algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen is van toepassing op de de op rust gestelde personeelsleden bedoeld in het eerste lid.

Het in activiteit blijven kan, op verzoek van het personeelslid, door de minister van Justitie worden toegestaan tot de leeftijd van zeventig jaar. De periode van het in activiteit blijven wordt vastgelegd voor een maximale duur van een jaar. Zij kan worden verlengd.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2015-10-19/01, art. 78, 199; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
  • (2)<W 2021-12-23/07, art. 65, 238; Inwerkingtreding : 09-01-2022>
  • (3)<W 2026-05-30/02, art. 106, 269; Inwerkingtreding : 01-06-2026>