C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 437
BOEK III. - BALIE.
Het beroep van advocaat is onverenigbaar:
1° met het beroep van werkend magistraat, van griffier en van staatsambtenaar;
2° met de ambten van notaris en van gerechtsdeurwaarder;
3° met het drijven van handel of nijverheid;
4° met alle bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden, openbare of particuliere, tenzij ze noch de onafhankelijkheid van de advocaat, noch de waardigheid van de balie in gevaar brengen.
Indien er een reden van onverenigbaarheid bestaat, wordt de weglating van het tableau (, van de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie) of van de lijst van stagiairs uitgesproken door de raad van de Orde, hetzij op het verzoek van de betrokken advocaat, hetzij ambtshalve, en in dit laatste geval volgens de rechtspleging in tuchtzaken. <W 2001-11-22/39, art. 8, 096; Inwerkingtreding : 30-12-2001>
Het beroep van advocaat is verenigbaar met het ambt van rechter in ondernemingszaken.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2019-05-05/19, art. 101, 225; Inwerkingtreding : 29-06-2019>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 096
- C.jud. Art. 8