Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 535

HOOFDSTUK VII. - [1 Tucht]1 — Afdeling II. [1 Het auditoraat]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is gelast met het onderzoek van klachten die op schriftelijke en gemotiveerde wijze door een derde of een lid van de beroepsgroep worden ingediend, en van schriftelijke aangiften. Een schriftelijke aangifte kan gebeuren door de procureur des Konings, de verslaggever van een arrondissementskamer ingevolge een beslissing van de raad, of de nationaal verslaggever ingevolge een beslissing van het directiecomité.

Het auditoraat heeft tevens de bevoegdheid een klacht te seponeren en een minnelijke schikking voor te stellen die het onderzoek beëindigt.

Het auditoraat is bevoegd de tuchtprocedure in te stellen bij de tuchtraad zoals bedoeld in artikel 555/5ter, § 1 met het oog op een veroordeling tot een tuchtstraf.

De algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders stelt het huishoudelijk reglement van het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders vast. Dit reglement bevat nadere regels met betrekking tot de vervanging van de auditeurs, de werking en organisatie van het auditoraat en de wijze waarop een auditeur voor elk dossier wordt aangesteld. Om bindend te zijn, moet dit huishoudelijk reglement door de Koning goedgekeurd worden. Hij kan in voorkomend geval aanpassingen aanbrengen.

De algemene vergadering van de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders duidt het digitaal kanaal aan voor kennisgevingen in de tuchtprocedure.

Dit digitaal kanaal is toegankelijk voor de personen bedoeld in artikel 555/3, eerste en tweede lid, het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, de procureur des Konings, de tuchtraad zoals bepaald in artikel 456 van het Gerechtelijk wetboek, het hof van beroep en het Hof van Cassatie. De bewaartermijn van de geregistreerde gegevens bedraagt tien jaar in hoofde van de beheerder van het digitaal kanaal. De bewaartermijn wordt zo nodig verlengd tot alle rechtsmiddelen van elke hangende tuchtprocedure waarop de gegevens betrekking hebben, uitgeput zijn.

Het digitaal kanaal moet minstens beantwoorden aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, wat betreft de modaliteiten, de wijze en de voorwaarden van inrichting, het beheer, de organisatie en de raadpleging.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2022-11-22/06, art. 83, 252; Inwerkingtreding : 01-01-2024>