C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1–57)
C.jud. Art. 32ter
HOOFDSTUK VI. - Onsplitsbaarheid.
Behalve indien de wet hiervoor uitdrukkelijk een welbepaald informaticasysteem aanwijst, kan elke neerlegging, kennisgeving of mededeling elektronisch gebeuren door middel van het informaticasysteem dat of op de wijze die door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad wordt aangewezen.
Het informaticasysteem of, desgevallend, de wijze bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 32bis, eerste lid.
De aanbieder en beheerder van het informaticasysteem of, desgevallend, de wijze bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 32bis, tweede lid.
De ter beschikking gestelde informatie betreffende de tijdstippen waarop systeemfouten verhinderen dat er wordt verzonden, ontvangen of geopend, geldt als bewijs daarvan en kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht.
Indien het informaticasysteem of de wijze bedoeld in het eerste lid een informaticasysteem of wijze van Justitie betreft, bepaalt de Koning de nadere regels ervan.
De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het gebruik van het in het eerste lid bedoelde informaticasysteem of de in het eerste lid bedoelde wijze opleggen aan de hoven of rechtbanken, het openbaar ministerie, de diensten die afhangen van de rechterlijke macht, met inbegrip van de griffies en parketsecretariaten, andere openbare diensten, de gerechtsdeurwaarders, de notarissen, de advocaten of aan de door een gerecht aangestelde gerechtsdeskundigen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2024-03-28/60, art. 22, 030; Inwerkingtreding : 01-01-2025>