C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 556–663)
C.jud. Art. 570
BOEK V. [1 Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren]1 — HOOFDSTUK II. _ Rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank en [1 ondernemingsrechtbank]1.
§ 1. De rechtbank van eerste aanleg doet uitspraak, ongeacht de waarde van het geschil, over:
1° de vorderingen bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht;
2° de vorderingen bedoeld in artikel 27, § 1, vierde lid, eerste zin en § 2, eerste zin, van hetzelfde Wetboek.
De familierechtbank doet uitspraak over:
1° de vorderingen bedoeld in artikel 23, § 1, tweede lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht;
2° de vorderingen bedoeld in artikel 27, § 1, vierde lid, tweede zin, en § 2, tweede zin, van hetzelfde Wetboek;
3° de vorderingen bedoeld in artikel 31, § 4, tweede lid, van hetzelfde Wetboek;
4° de vorderingen bedoeld in de artikelen 35/1 en 35/2 van hetzelfde Wetboek;
5° de vorderingen bedoeld in artikel 57/1 van hetzelfde Wetboek.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, doet de ondernemingsrechtbank uitspraak over de vorderingen bedoeld in artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2017-07-06/24, art. 72, 260; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
- (2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 291; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
- (3)<W 2022-07-20/06, art. 2, 320; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 121
- C.jud. Art. 23
- C.jud. Art. 27
- C.jud. Art. 31
- C.jud. Art. 35/1
- C.jud. Art. 35/2
- C.jud. Art. 57/1