C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 556–663)
C.jud. Art. 627
BOEK V. [1 Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren]1 — TITEL III. - Territoriale bevoegdheid.
Tot kennisneming van de vordering is alleen bevoegd :
° de rechter van de woonplaats van de minderjarige of bij gebreke daarvan, van zijn verblijfplaats, wanneer het de organisatie van en het toezicht op de voogdij betreft, behoudens hetgeen is bepaald in artikel 13, § 2, van de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht. In afwijking van het voorgaande, is de bevoegde rechter voor het verzoek tot machtiging bedoeld in artikel 4.40, § 3 van het Burgerlijk Wetboek, de rechter van de plaats waar de erfenis is opengevallen. Indien in dit geval de erfenis is opengevallen buiten het Belgisch grondgebied, is de bevoegde rechter, de rechter van de verblijfplaats van één van de personen voor wie de machtiging wordt gevraagd;] <W 2001-03-27/39, art. 5, 091; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
2° de rechter die de rekenplichtige, geroepen om rekening en verantwoording te doen, aangesteld heeft;
3° de rechter van de plaats waar de erfenis is opengevallen, wanneer het gaat om rechtsvorderingen tot verdeling en, tot bij de verdeling, om rechtsvorderingen tot opvordering van nalatenschappen en alle andere rechtsvorderingen tussen medeërfgenamen of legatarissen;
4° de rechter van de plaats waar de erfenis is opengevallen, voor zover de vordering is ingesteld binnen twee jaar na het overlijden, wanneer het gaat om vorderingen ingesteld tegen de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking, en vorderingen door legatarissen en schuldeisers ingesteld tegen de erfgenamen of tegen één van hen, en binnen twee jaar na de verdeling wanneer het gaat om vorderingen tot nietigverklaring of tot vernietiging van de verdeling en tot vrijwaring van de kavels;
5° [de rechter van de plaats van de namaak, wanneer het gaat om vorderingen inzake namaak betreffende auteursrechten, naburige rechten, rechten van producenten van databanken en bescherming van kweekproducten;] <W 2007-05-10/33, art. 20, 1°, 147; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
° wanneer het gaat om vorderingen ingesteld krachtens de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening, de rechter van de plaats waar de zieke wordt verzorgd of geplaatst is, of bij gebreke daarvan, de rechter van de plaats waar de zieke zich bevindt.] <W 1993-08-06/30, art. 57, 042; Inwerkingtreding : 19-08-1993>
[Wanneer het gaat om vorderingen ingesteld krachtens de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening ten aanzien van een zieke die zijn verblijfplaats of woonplaats heeft in het gerechtelijk arrondissement Eupen, de vrederechter van de verblijfplaats of, bij gebreke daarvan, de woonplaats van de zieke of, bij gebreke daarvan, de vrederechter van de plaats waar de zieke zich bevindt. Als de geesteszieke niet vervoerd kan worden, kan de vrederechter buiten de grenzen van zijn kanton optreden.] <W 2004-01-08/35, art. 2, 122; Inwerkingtreding : 16-01-2004>
6° /1 wanneer het gaat om een vordering met betrekking tot de erkenning of de uitvoerbaarverklaring van een buitenlandse beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 3, e), van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, genomen in een Staat die partij is bij het Verdrag, of van een buitenlandse beschermingsmaatregel die vergelijkbaar is met die bedoeld in dat artikel, genomen in een derde Staat ten aanzien van een meerderjarige, de rechter van het arrondissement van de verblijfplaats, of, bij gebreke daarvan, van de woonplaats van de te beschermen persoon, of bij gebreke daarvan, van de plaats waar de persoon zich bevindt.
Wanneer de krachtens het eerste lid bevoegde vrederechter een rechter is van het gerechtelijk arrondissement Eupen en indien de persoon niet vervoerd kan worden, kan de vrederechter buiten de grenzen van zijn kanton optreden;
7° de rechter van de plaats waar de akte opgemaakt is, wanneer het gaat om verbeteringen of nietigverklaringen van akten van de burgerlijke stand en de rechter van de woonplaats of de zetel van de aanvrager, wanneer het gaat over aanpassingen en schrappingen van inschrijvingen, in de Kruispuntbank van Ondernemingen, in de hoedanigheid van handelaar;
8° de rechter van de plaats waar het dier zich bevindt, wanneer het gaat om vorderingen ingesteld op grond van artikel 4 van de wet van 25 augustus 1855 houdende herziening van de wetgeving inzake koopvernietigende gebreken of van de plaats waar het is teruggebracht wanneer het gaat om vorderingen ingesteld op grond van artikel 5 van genoemde wet;
9° de rechter van de plaats waar de mijn, de fabriek, de werkplaats, het magazijn, het kantoor gelegen is en in het algemeen, van de plaats die bestemd is voor de exploitatie van de onderneming, de uitoefening van het beroep of de werkzaamheid van de vennootschap, van de vereniging of van de groepering, voor alle geschillen bedoeld in de artikelen 578 en 582, 3°, 4° en 15° , voor de vorderingen gesteund op artikel 2 van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht-, en voor de toepassing op de werkgevers van de administratieve sancties bedoeld in artikel 583;] <W 30-06-1971 , art. 21>
10° [in het geval bepaald in artikel 588, 9° : de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Luik wanneer de schade ontstaan is in de provincie Henegouwen, Namen, Luxemburg of Luik; de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Brussel, wanneer de schade ontstaan is in de provincie Brabant, en de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, wanneer de schade ontstaan is in de provincie Oost- of West-Vlaanderen, Antwerpen of Limburg of in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone of in open zee], [of in de wateren die onder de soevereiniteit van een andere Staat vallen]. Bij wijze van uitzondering op het voorgaande is uitsluitend de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Antwerpen bevoegd wanneer de fondsvorming geschiedt op grond van het Internationaal Verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor olieverontreinigingsschade. <W 24-06-1970 , art. 7> <W 1989-04-11/30, art. 23, 019; Inwerkingtreding : 01-12-1989>
° ...]. <W 1989-04-11/30, art. 23, 019; Inwerkingtreding : 01-12-1989>
12° [...] <W 2007-05-10/33, art. 20, 2°, 147; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
13° [...] <W 2007-05-10/33, art. 17, 2°, 147; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
14° [opgeheven] <W 2005-12-20/36, art. 12, 136; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
° de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen wanneer het gaat om vorderingen ingesteld 'op grond van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noord-zee] <W 1999-04-22/47, art. 53, 083; Inwerkingtreding : 20-07- 1999>
° de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van Brussel, indien het een aanvraag betreft beoogd in artikel XVII. 27 van het Wetboek van economisch recht .] <W 2002-05-26/45, art. 13, 097; Inwerkingtreding : 20-07-2002>
° in het geval van artikel 588, 14°, de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de statutaire zetel van één van de fuserende vennootschappen of van de toekomstige Europese vennootschap.] <KB 2004-09-01/30, art. 33, 126; Inwerkingtreding : 08-10- 2004>
° de familierechtbank van Brussel wanneer het gaat om een beroep tegen de beslissing van de centrale federale autoriteit, zoals bepaald in artikel 367-3 van het Burgerlijk Wetboek;] <W 2004-12-27/31, art. 13, 129; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
(NOTA : Voor de invoeging van 17° in artikel 627 heeft de wetgever geen rekening gehouden met de vroegere invoeging van 17° in artikel 627, gebracht door KB 2004-09-01/30.)
18° de familierechtbank van het gerechtelijk arrondissement waar de verblijfplaats waarvoor het huisverbod zoals bedoeld in de wet van 15 mei 2012 betreffende het tijdelijk huisverbod ingeval van huiselijk geweld geldt, gelegen is.
19° de vrederechter van het kanton waar het goed waarvoor het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed geldt, gelegen is.
20° de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de eiser die een natuurlijke persoon is of van de zetel of hoofdvestiging van de eiser die een rechtspersoon is, voor de vorderingen bedoeld in artikel 1385/6.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-30/13, art. 15, 172; Inwerkingtreding : 25-01-2010>
- (2)<W 2010-06-06/06, art. 14, 184; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
- (3)<W 2012-06-15/16, art. 4, 200; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
- (4)<W 2013-12-26/36, art. 15, 220; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
- (5)<W 2013-07-30/23, art. 138, 233; Inwerkingtreding : 01-09-2014, zie W 2014-05-08/02, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (6)<W 2017-10-18/08, art. 5, 265; Inwerkingtreding : 16-11-2017>
- (7)<W 2018-03-18/01, art. 47, 273; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
- (8)<W 2018-04-15/14, art. 252, 291; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
- (9)<W 2020-07-31/03, art. 84, 310; Inwerkingtreding : 01-09-2020>
- (10)<W 2019-05-08/14, art. 53, 311; Inwerkingtreding : 01-09-2020>
- (11)<W 2019-03-10/03, art. 6, 313; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (12)<W 2022-01-19/18, art. 21, 319; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
- (13)<W 2023-09-13/08, art. 62, 329; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- (14)<W 2024-05-16/06, art. 65, 341; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
- (15)<W 2026-05-30/09, art. 3, 352; Inwerkingtreding : 22-06-2026>
Verwijst naar
- C.civ. Art. 4.40
- C.jud. Art. 019
- C.jud. Art. 042
- C.jud. Art. 083
- C.jud. Art. 091
- C.jud. Art. 097
- C.jud. Art. 12
- C.jud. Art. 122
- C.jud. Art. 126
- C.jud. Art. 129
- C.jud. Art. 13
- C.jud. Art. 136
- C.jud. Art. 1385/6
- C.jud. Art. 147
- C.jud. Art. 2
- C.jud. Art. 20
- C.jud. Art. 21
- C.jud. Art. 23
- C.jud. Art. 3
- C.jud. Art. 33
- C.jud. Art. 5
- C.jud. Art. 53
- C.jud. Art. 57
- C.jud. Art. 578
- C.jud. Art. 582
- C.jud. Art. 583
- C.jud. Art. 588
- C.jud. Art. 7
- anc. C.civ. Art. 3
- anc. C.civ. Art. 367