Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)

C.jud. Art. 1097

BOEK III_ RECHTSMIDDELEN. — TITEL IV_ Voorziening in cassatie.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

(Indien het openbaar ministerie meent tegen de voorziening ambtshalve een middel van niet-ontvankelijkheid te moeten aanvoeren wegens schending van een regel van openbare orde, verwittigt het daarvan bij gerechtsbrief de partijen die zonder advocaat zijn verschenen en bij gewone brief de advocaten van de partijen uiterlijk vijftien dagen voor de zitting. Een kopie van deze brieven wordt bij het procesdossier gevoegd <W 2000-11-14/36, art. 6, 049; Inwerkingtreding : 29-12-2000>

Indien het openbaar ministerie bij het opwerpen van een middel van niet-ontvankelijkheid niet aantoont dat het de voorgeschreven kennisgeving heeft gedaan, geeft het hof daartoe bevel en verdaagt het de zaak tot een latere zitting.

Het hof beveelt eveneens bij arrest de verdaging van de zaak, indien het een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep ambtshalve wenst te onderzoeken of indien het overweegt ambtshalve een cassatie zonder verwijzing, zoals bedoeld in artikel 1109/1, tweede lid, uit te spreken, zonder dat het openbaar ministerie op die mogelijkheid heeft gewezen in een schriftelijke conclusie.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2014-04-10/57, art. 11, 126; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  • (2)<W 2017-07-06/24, art. 147, 154; Inwerkingtreding : 03-08-2017>