C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1148
BOEK IV. _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. — HOOFDSTUK I. _ Verzegeling en ontzegeling.
<W 14-7-1976, art. 25> Telkens als een ernstig belang aanwezig is kan de verzegeling van de voorwerpen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, een nalatenschap of een onverdeeldheid behoren, worden gevorderd :
1° door degenen die aanspraak maken op een recht daarin en door hun persoonlijke schuldeisers;
2° door alle schuldeisers van de nalatenschap, het gemeenschappelijk vermogen of de onverdeeldheid;
3° door de personen die bij de overledene woonden of in dienst waren in zijn huishouding, indien de echtgenoot, de erfgenamen of een van hen niet tegenwoordig zijn;
4° door de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking.