C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1168
HOOFDSTUK I. _ Verzegeling en ontzegeling. — Afdeling III. _ Ontzegeling.
De ontzegeling wordt gevorderd bij een aan de vrederechter gericht verzoekschrift, ondertekend door de partij, haar gemachtigde die door de rechter is erkend, haar notaris of haar advocaat.
De rechter bepaalt bij beschikking onderaan op het verzoekschrift, dag en uur van de verrichtingen.
Een aanmaning om bij de ontzegeling tegenwoordig te zijn en, in voorkomend geval, bij de daarop volgende boedelbeschrijving, wordt gedaan :
a) in het geval van een verzegeling na het openvallen van een nalatenschap, aan de overlevende echtgenoot, de vermoedelijke erfgenamen, de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking, de algemene legatarissen of legatarissen onder algemene titel zo zij bekend zijn, aan de schuldeisers die de verzegeling hebben gevorderd en degenen die zich tegen de ontzegeling hebben verzet of aan de notaris die gelast is hen te vertegenwoordigen;
b) in de andere gevallen, aan degenen die aanspraak maken op een recht in de gemeenschap of de onverdeeldheid, aan de schuldeisers die de verzegeling hebben gevorderd en degenen die zich hebben verzet of aan de notaris die gelast is hen te vertegenwoordigen.
De betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers worden opgeroepen om te verschijnen bij deurwaardersexploot. Wanneer de betrokkenen evenwel (...) buiten het Rijk verblijven, geschiedt de oproeping voor de ontzegeling en voor de boedelbeschrijving aan de daartoe aangestelde gemachtigde, hetzij, indien er geen is aangesteld, aan de notaris die de vrederechter ambtshalve benoemt. De vrijwillige verschijning is evenwel geoorloofd. <W 2002-11-22/40, art. 2, 059; Inwerkingtreding : 23-01-2003>
Degenen die zich tegen de ontzegeling hebben verzet, worden aan hun gekozen woonplaats aangemaand.
Verwijst naar
- C.jud. Art. 059
- C.jud. Art. 2