C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1206
BOEK IV. _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. — HOOFDSTUK VI. [1 - Vereffening, verdeling en veiling]1
Indien er onder de partijen andere dan de verzetdoende schuldeisers in de zin van artikel 4.101 van het Burgerlijk Wetboek een minderjarige is, geschieden de vereffening en, in voorkomend geval, de verdeling door een notaris, onder voorzitterschap en met goedkeuring van de vrederechter.
Alle partijen moeten erbij tegenwoordig zijn in persoon, bij gemachtigde of in voorkomend geval door hun wettelijke vertegenwoordiger. De curator van de ontvoogde minderjarige en de toeziende voogd zijn eveneens tegenwoordig, zonder dat de strijdigheid van belangen tussen hen en de minderjarigen grond oplevert tot vervanging.
Wanneer de rechter het nodig acht, kan hij een of meer deskundigen benoemen, die op gezamenlijk verzoek van de partijen , in voorkomend geval, advies zullen geven over het vormen van de kavels. De kavels van de minderjarigen kunnen ten dele en zelfs voor het geheel worden samengesteld uit wat eenvoudig opgelegd wordt.
De aldus gevormde kavels worden aan de deelgenoten toegewezen, hetzij rechtstreeks, hetzij bij loting; in de akte van verdeling wordt daarvan melding gemaakt.
De vrederechter waakt voor de bescherming van de belangen der minderjarigen en voor de belegging, overeenkomstig de wet, van de sommen en waarden die hun zullen worden toegekend.
Indien de rechter op een verzoekschrift dat de partijen hem voorleggen, zijn goedkeuring weigert stelt hij dit vast bij een met redenen omklede beschikking, waartegen voor alle partijen gezamenlijk hoger beroep openstaat. Bij gebreke van goedkeuring kunnen de vereffening en, in voorkomend geval, de verdeling niet worden voortgezet dan in gerechtelijke vorm.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2025-06-18/02, art. 8, 209; Inwerkingtreding : 07-07-2025>